|
Auteur: Dr. Ewout Brunt, neuroloog en adviseur van de
ADCA-Vereniging Nederland.
Datum: oktober 2001.
Oorspronkelijke titel: Onderzoek
met steun van de ADCA-Vereniging. Bron: ADCA-krant / jaargang 8, nummer 3, oktober 2001 /
ADCA-Vereniging Nederland.
De
ADCA-vereniging heeft als een patiëntenvereniging als eerste doel bij
te dragen aan een goed leven voor mensen met (autosomaal dominante)
ataxie, door te helpen met informatie over deze aandoeningen en steun te
geven bij een zo goed mogelijke emotionele en praktische omgang met de
gevolgen en de beperkingen van ataxie.
Een
tweede doel van ADCA-vereniging is het bevorderen en steunen van
onderzoek dat gericht is op een betere kennis van de verschillende
erfelijke vormen van ADCA, kennis die hopelijk kan bijdragen aan
mogelijkheden om mensen met erfelijke ataxie in de toekomst te
behandelen en die daarmee uiteindelijk weer gericht is op de eerste
doelstelling van een zo goed mogelijk leven voor mensen met ataxie. Het
is van veel belang dat mensen met ADCA op de hoogte zijn van de
resultaten en vorderingen van onderzoek bij ataxie, en in de ADCA-krant
vindt u regelmatig bijdragen over dit onderwerp.
Voor
het steunen van ataxie-onderzoek het Nederland heeft de ADCA-vereniging
een bescheiden budget, maar daarmee is deze steun niet minder
belangrijk. Ik wil hierbij graag verslag doen van onderzoek waar ik bij
betrokken ben, en waarvoor de ADCA vereniging mij in de afgelopen twee
jaar financiële steun heeft gegeven.
Bij
onderzoek kun je aan verschillende aspecten denken, zoals genetisch
onderzoek naar erfelijke afwijkingen, cel onderzoek naar het voorkomen
en de functie en stofwisseling van verschillende eiwitten,
laboratoriumonderzoek met cellen en proefdieren (er bestaan al
verschillende SCA-muizen, en er zijn SCA3 fruitvliegjes en wormpjes), of
aan onderzoek met mensen met ataxie. Onderzoek is in de eerste plaats
samenwerking. Zo heeft u in de ADCA krant een tijdje geleden kunnen
lezen over een samenwerkingsverband van een aantal ataxie-neurologen en
klinisch genetici, dat een aantal jaren geleden vanuit Nijmegen in
Nederland is gevormd om een inventarisatie te maken van alle mensen met
ADCA in Nederland.
Als
"gewone" dokter ben ik zelf niet opgeleid om basaal
wetenschappelijk werk te doen zoals dat bijvoorbeeld gebeurt in een
laboratorium. In mijn vak heb ik te maken met mensen met ataxie. Die
mensen probeer ik in de eerste plaats zo goed mogelijk te begeleiden,
maar daarbij ben ik ook in de gelegenheid om klinische gegevens te
verzamelen en om over bepaalde aspecten, zoals bijvoorbeeld de relatie
tussen klinische verschijnselen en erfelijkheid gegevens, na te denken.
Een
bijzondere mogelijkheid waarmee ik ook kan bijdragen aan onderzoek naar
ataxie, is het zorgdragen voor een optimaal gebruik van de mogelijkheden
van hersenonderzoek na het overlijden. Dit is onderzoek dat relatief
weinig gebeurt, maar dat naar mijn mening wel heel belangrijk is.
Het
is niet altijd gemakkelijk om te spreken over dood zijn en over wat je
wilt dat er met je lichaam gebeurt na het overlijden, want dat
confronteert ons met de eindigheid van het leven. En om dan ook nog te
praten over het openmaken van je lichaam om organen weg te nemen maakt
het al niet gemakkelijker. Toch is het van veel belang om iemands wens
om na het overlijden zijn hersenen voor onderzoek af te staan van
tevoren, tijdens zijn of haar leven, te bespreken. Alleen op die manier
is het namelijk mogelijk om een optimaal gebruik te maken van zo'n
kostbare mogelijkheid. Ik gebruik hier "kostbaar" met opzet in
een dubbele betekenis van bijzonder en weinig voorkomend, omdat nu
eenmaal niet veel mensen met ataxie kiezen voor het afstaan na hun
overlijden van hersenen en weefsels ten behoeve van onderzoek, en ook
kostbaar in financiële zin en wat betreft de mogelijkheid om dit
onderzoek uit te voeren.
Dankzij
de financiële steun van ADCA vereniging, heb ik in de afgelopen twee
jaar zo hersenonderzoeken kunnen organiseren van 5 mensen met SCA3 en
van één man met SCA6. Met deze financiële steun heb ik de extra
kosten van het transport door de begrafenisondernemer en een deel van de
extra kosten van het laboratorium materiaal voor de eerste bewerking en
kleuring van hersenweefsel kunnen betalen. Ik prijs me gelukkig dat ik
hiervoor samen werk met dokter de Vos uit Enschede. Hij is namelijk een
echte expert is op het gebied van neurologische degeneratieve
aandoeningen, en hij heeft een zeer zorgvuldige en bijzondere manier om
hersenweefsel te bewerken en voor onderzoek beschikbaar te maken.
Dankzij
contact met dokter Paulson uit de Verenigde Staten hebben wij al een
aantal jaren geleden de beschikking gekregen over antilichamen waarmee
het ataxine3 eiwit in hersenweefsel zichtbaar gemaakt kan worden, en via
contacten van dokter de Vos en mijzelf in Duitsland, is er voor het
onderzoek van dit hersenweefsel ook een samenwerking met Duitse
collega's in Keulen, Bonn en Berlijn, terwijl er in Groningen is contact
met de afdeling elektronenmicroscopie van professor de Want.
Via
dit "netwerkje" is het hersenweefsel van deze overleden mensen
met SCA3 dus op verschillende plaatsen terecht gekomen, en wordt dit
weefsel in verschillende laboratoria onderzocht op bepaalde aspecten,
waarin elk laboratorium geïnteresseerd is. Zo wordt er in Bonn gekeken
naar het voorkomen van ontstekingsverschijnselen, en in Keulen is nog
eens nauwkeurig gekeken welke gebieden in de hersenstam nu eigenlijk
aangedaan zijn. In Iowa zal gekeken worden naar de afbraak van ataxine3
in de hersencellen, en in Berlijn zal geprobeerd worden om te
onderzoeken welke eiwitten er in de insluitlichaampjes zitten die
voorkomen in de kernen van sommige zenuwcellen en waarin onder andere
half afgebroken ataxine zit. Het elektronenmicroscopie-onderzoek in
Groningen zal zich in de eerste plaats richten op de aanwezigheid in de
zenuwcellen van de kleine hersenen van bepaalde beschermende eiwitten
"chaperones" genaamd.
De
onderzoeken in al deze laboratoria worden gewoonlijk betaald via
gesubsidieerd wetenschappelijk onderzoek, en daarvoor is het weer
belangrijk dat er goede onderzoeksopzetten en vraagstelingen zijn, en
dat het onderzoek wordt gepubliceerd. Het doet me plezier om te
vertellen dat er op grond van het onderzoek met dit hersenweefsel nu in
Bonn en in Keulen twee publicaties voorbereid worden, en dat er in
Groningen een subsidieaanvraag wordt voorbereidvoor verder elektronen microscopisch onderzoek.
Voor
het mogelijk maken van de hersenobducties en het prepareren van
hersenweefsel voor verder onderzoek heeft de ADCA-vereniging dus in de
afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd, en daarvoor wil ik de
ADCA-vereniging graag hartelijk danken, en via de ADCA-vereniging
diegenen die voor dit doel giften of legaten aan de ADCA-vereniging
hebben geschonken. Het is natuurlijk leuk wanneer een
"onderzoeker" succes heeft en iets belangrijks bijdraagt, maar
uiteindelijk zijn het de mensen met ataxie, velen van u, op wie al deze
inspanningen betrekking hebben, en ik denk daarom dat ik mijn dank aan
de ADCA-vereniging en de schenkers ook namens u kan uitspreken.
|