Auteur: Prof. Dr. H.P.H. Kremer, neuroloog.
Datum: oktober 2005.
Bron: ADCA-krant, oktober 2005.DE WEG NAAR WAARHEID IN DE WETENSCHAP
Wanneer patiënten met een zeldzame aandoening zoals een ADCA of
een Multipele Systeem Atrofie naar de specialist gaan, verwachten zij
dat deze op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen op het
vakgebied, en in staat is om eventuele nieuwe behandelingen direct toe
te passen wanneer zij beschikbaar zijn. Het komt dan ook regelmatig voor
dat patiënten in de spreekkamer vragen: hoe weet ik nu dat als er
ergens op de wereld iets nieuws gevonden wordt, ik daar direct van kan
profiteren? Of indien er weer een nieuw gen gevonden wordt: hoe snel
bent u daarvan op de hoogte? Het antwoord op zulke vragen is makkelijk
te geven: heel snel. Maar een vraag die zelden gesteld wordt, is: hoe
weet je nu dat wat er aan ‘nieuws’ beweerd wordt ook werkelijk waar
is? Zulke vragen bieden een aardig inzicht in de manier waarop
wetenschappelijk onderzoek en kennis-verspreiding werkt.
Wanneer patiënten met een zeldzame aandoening zoals een ADCA of een
Multipele Systeem Atrofie naar de specialist gaan, verwachten zij dat
deze op de hoogte is van de nieuwste ontwikkelingen op het vakgebied, en
in staat is om eventuele nieuwe behandelingen direct toe te passen
wanneer zij beschikbaar zijn. Het komt dan ook regelmatig voor dat
patiënten in de spreekkamer vragen: hoe weet ik nu dat als er ergens op
de wereld iets nieuws gevonden wordt, ik daar direct van kan profiteren?
Of indien er weer een nieuw gen gevonden wordt: hoe snel bent u daarvan
op de hoogte? Het antwoord op zulke vragen is makkelijk te geven: heel
snel. Maar een vraag die zelden gesteld wordt, is: hoe weet je nu dat
wat er aan ‘nieuws’ beweerd wordt ook werkelijk waar is? Zulke
vragen bieden een aardig inzicht in de manier waarop wetenschappelijk
onderzoek en kennis-verspreiding werkt.
De basis van vernieuwingen in de medische wetenschap en van de
wetenschappelijke kennis zijn nog altijd de individuele onderzoekers en
onderzoeksgroepen die, gegrepen door een probleem, een experiment of een
serie observaties ontwerpen om een antwoord op hun vragen te krijgen.
Bijvoorbeeld: hoe snel verslechteren patiënten met SCA3? Of: wat
gebeurt er als ik een SCA3 gen inbouw in een muis? Hier moet de eerste
kanttekening geplaatst worden: wetenschappelijk onderzoek is niet het
lukraak verzamelen van feiten en gegevens. Dat is meer de manier van
werken van een slechte journalist. Wetenschappelijk onderzoek houdt in:
een systematische verzameling van gegevens en daarna een systematische
en kritische analyse van deze gegevens. Een onderzoeker zal zich altijd
afvragen: hoe kom ik aan mijn gegevens en klopt het dat ik zie wat ik
denk dat ik zie? Dat betekent dat de experimenten en de
gegevensverzameling moeten geschieden via bekende of beproefde methoden.
Wanneer een onderzoeker een nieuwe methode ontwerpt om een experiment te
doen zal hij extra kritisch moeten zijn over de uitkomsten van het
experiment.
Als de gegevens bekend zijn begint een heel ander proces. Een
onderzoek is geen onderzoek als het niet opgeschreven wordt. De manier
waarop onderzoeken gerapporteerd worden is sterk geformaliseerd: er
wordt een artikel geschreven volgens een standaard en nogal dwingend
formaat. Eerst wordt verteld waarom het onderzoek is gedaan, dan hoe het
onderzoek is gedaan, vervolgens wat de uitkomsten zijn, en tenslotte
welke op- of aanmerkingen er bedacht kunnen worden bij dit onderzoek. De
onderzoeker hoeft zijn of haar eigen methode en observaties niet te
sparen: het wordt zelfs op prijs gesteld wanneer blijkt dat de
onderzoeker kritisch ten opzichte van het eigen artikel staat.
Het rapport wordt vervolgens aangeboden aan een gespecialiseerd
tijdschrift: bijvoorbeeld aan een tijdschrift dat uitsluitend gaat over
aandoeningen van de kleine hersenen; of aan een algemeen neurologisch
tijdschrift; of aan een bekend algemeen medisch tijdschrift. Hoe
belangrijker en interessanter de resultaten zijn, hoe algemener het
tijdschrift zal zijn. Sommige tijdschriften worden alleen door absolute
specialisten gelezen (bijvoorbeeld Cerebellum: een tijdschrift geheel
gewijd aan functie en aandoeningen van de kleine hersenen), maar er zijn
ook tijdschriften die door de volledige medische gemeenschap wereldwijd
gelezen worden, zoals het Britse tijdschrift The Lancet en het
Amerikaanse New England Journal of Medicine.
Het opsturen van een artikel naar zo’n tijdschrift is overigens
geen sinecure en al helemaal geen enkele garantie voor publicatie. De
tijdschriftredactie stuurt het artikel door naar 2 of 3 andere
specialisten, de ‘reviewers’. Deze kijken heel kritisch naar de
manier waarop de gegevens verkregen zijn, naar de uitkomsten, naar de
relevantie van het artikel, en naar de wijze waarop de onderzoekers hun
bevindingen plaatsen in de context van wat al bekend is. Heel vaak
hebben zulke reviewers nogal uitgebreid commentaar op een ingezonden
artikel, en wordt het artikel hetzij afgewezen, hetzij teruggezonden
naar de oorspronkelijke auteurs met het verzoek om aanpassingen. Pas als
de reviewers tevreden zijn, en de redactie van het tijdschrift ook, kan
het artikel geplaatst worden. De snelheid waarmee dat gebeurt hangt af
van de grootte en de organisatie van het tijdschrift. Sommige goede
tijdschriften zijn in staat zo’n proces binnen 2 maanden te voltooien.
Maar er zijn ook tijdschriften, met name de kleine, die er meer dan een
jaar over doen. Dit proces van beoordeling door collega-onderzoekers
heet ‘peer-review’. Uiteraard kunnen onderzoekers tegenwoordig ook
hun eigen onderzoeken publiceren op internet, maar geen serieuze arts of
onderzoeker zal daar aandacht aan besteden. Immers, het proces van
peer-review biedt min of meer de garantie dat het onderzoek kwalitatief
voldoende is en dat de verzameling en analyse van gegevens systematisch
verricht is.
Wanneer het artikel eenmaal gepubliceerd is, kan er nog steeds
allerhande kritiek achteraf komen. Er kunnen brieven worden ingezonden
en andere onderzoekers kunnen het onderzoek trachten over te doen om te
zien of het allemaal wel klopt. Dit toont aan waar het in de wetenschap
om gaat. Niet het kritiekloos verzamelen en bekend maken van feiten,
maar een continue toetsing en kritische evaluatie door velen
wetenschappers van gepresenteerde kennis. Klopt het wel dat het is zoals
er staat dat het is? Dit hele proces van kritische toetsing vindt plaats
in het zicht van eenieder die geïnteresseerd is in het onderwerp: in de
tijdschriften, en tijdens de discussie op internationale
bijeenkomsten.
Een voorbeeld van het beschreven proces is de discussie over het feit
of het stukje verlengde DNA in het SCA8 gen nu wel of niet
verantwoordelijk gesteld kon worden voor het ontstaan van ataxie. Een
Amerikaanse groep publiceerde in 1999 in een zeer gezaghebbend blad,
Nature Genetics, een artikel waaruit zou blijken dat dit het geval is.
Blijkbaar waren de oorspronkelijke gegevens niet te weerleggen. Maar
toen genetici en neurologen uit andere landen en groepen trachtten deze
bevindingen te repliceren, stuitten zij op zeer veel waarnemingen die de
Amerikaanse stelling ontkrachtten. De internationale mening op het
ogenblik is dan ook dat SCA 8 geen ziekmakende mutatie is. Alleen de
Amerikaanse groep houdt nog vast aan haar oorspronkelijke bevinding. Dit
is illustratief voor het wetenschapsbedrijf. De mening van individuen is
minder belangrijk dan het totale proces van kritische evaluatie. In de
discussie wordt geleidelijk aan duidelijk hoe de zaken er voor staan. Zo
ontstaat wetenschappelijke kennis die door iedereen geaccepteerd en
gedragen wordt, en zo wordt gegarandeerd dat wat er beweerd wordt
waarschijnlijk ook ‘waar’ is.
Hoe snel kunnen wij kennis nemen van feiten, meningen en
interpretaties? Uit bovenstaand verhaal blijkt dat er over het algemeen
toch enige tijd overheen gaat voordat ‘wetenschappelijk nieuws’ ook
als zodanig geaccepteerd wordt. Hoe spectaculairder de bevinding lijkt
te zijn, hoe kritischer er naar gekeken zal worden. Maar wat
gepubliceerd wordt in de internationale tijdschriften en door de eerste
ronde peer-review gekomen is, zal direct gezien worden door de betrokken
artsen en wetenschappers. Zulk nieuws zal snel beschikbaar kunnen zijn
voor de patiënten zelf. Het duurt misschien even voordat kennis
geaccepteerd wordt. Maar dan bestaat er ook een garantie op snelle
verspreiding binnen de groep van geïnteresseerden. |