Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Vorige pagina • Eén niveau terug • Volgende pagina

Enquête: ADCA en de kwaliteit van leven (2005)


Auteur: Martijn van den Berg.
Datum: Maart 2005.
Referentie: ADCA-krant, april 2005.

Resultaten van de enquête die u toegestuurd heeft gekregen in het voorjaar 2004.

ADCA en de kwaliteit van leven - Een analyse van een enquête bestaande uit doelgerichte ADCA gerelateerde vragen, de Rotterdam handicap schaal en de SF-36 gezondheidstoestand vragenlijst / M.B. van den Berg, september 2004 (in opdracht van de ADCA-Vereniging Nederland) / 34 pagina's.

Zoals in een eerdere uitgave van de ADCA krant al te lezen was, is in het voorjaar van 2004 een onderzoek gestart naar de kwaliteit van leven van ADCA en MSA patiënten. Ieder lid van de ADCA vereniging heeft hiervoor een enquête opgestuurd gekregen, inclusief retourenvelop. Nu de gegevens verwerkt zijn en het onderzoek afgerond is, wordt in dit stuk een en ander uitgelegd. De resultaten van het onderzoek en wat bedoeld wordt met kwaliteit van leven zullen zodoende duidelijk worden. Eerst nog even wat andere informatie over het onderzoek. Het onderzoek is een initiatief van de ADCA vereniging zelf geweest en coördinator van het onderzoek was Dhr. B. Schaap. Hij is lid van de medische raad van advies van de ADCA vereniging. Het onderzoek is in de voorbereidingsfase ondersteund door een klankbordgroep, bestaande uit de ADCA vereniging leden: Mw. R. Way-Meijer, Mw. A. Buchrnhornen, Mw. A. Frieswijk en Dhr. J. Apperloo. De uitvoering van het onderzoek is gedaan door ondergetekende. Ondanks dat een groot deel van de opgestuurde enquêtes ook weer ingevuld teruggestuurd is, in totaal 304 stuks, heeft de hoeveelheid verzamelde gegevens toch een aantal beperkingen voor het onderzoek gehad. Zo is de groep mensen die MSA heeft eigenlijk te klein gebleken om algemene uitspraken over de kwaliteit van leven te doen. Een andere beperking van de hoeveelheid gegevens is dat de groep mensen die ADCA (hierna ADCA groep genoemd) heeft, in de analyse niet verder onderverdeeld is naar de verschillende SCA varianten. Dit betekent dat in de analyse de ADCA groep bestaat uit alle ADCA patiënten, ongeacht de SCA variant. Toch is het interessant om te kijken hoe de verdeling is naar SCA varianten. Voor de patiënten die aangeven dat bij hen een SCA diagnose gesteld is geldt de onderstaande verdeling:

Gestelde SCA-diagnoses (N=127): SCA1=10, SCA2=6, SCA3=71, SCA6=24, SCA7=11, SCA8=1, SCA14=3, SCA19=1.

De kwaliteit van leven van ADCA patiënten is opgedeeld in drie delen: Ten eerste de functionele status. Dit deel kijkt naar het lichamelijk functioneren, het sociaal functioneren, en de rolbeperkingen door een lichamelijk en emotioneel probleem. Het tweede deel is welzijn van ADCA patiënten. Dit houdt in dat de geestelijke gezondheid, vitaliteit, en pijn beoordeeld wordt. Het derde deel van de kwaliteit van leven is gezondheidsevaluatie. Hier valt de algemene gezondheidsbeleving en de gezondheidsverandering onder.

Functionele status 
In het onderzoek is de vergelijking gemaakt tussen de gemiddelde ADCA patiënt en een gemiddelde patiënt die lijdt aan een andere zeldzame aandoening. Daarbij valt op dat het lichamelijk functioneren van de gemiddelde ADCA patiënt veel slechter is. Voor 73 procent van de ADCA patiënten geldt dat ze minder dan 10 meter kunnen lopen. De grootste problemen zijn in volgorde van belangrijkheid: evenwicht behouden, lopen, traplopen, schrijven, het huishouden doen, werken, spreken, en autorijden. Meer dan de helft van de ADCA patiënten heeft last van een of meerdere van deze beperkingen. Het sociaal functioneren van de gemiddelde ADCA patiënt ziet er beter uit dan het lichamelijk functioneren. Enkele ADCA patiënten hebben niemand om op terug te vallen, om te vertrouwen, of bij terecht te kunnen. Voor een grotere groep geldt dat de sociale situatie sterk verbeterd kan worden. Er zijn aantoonbare rolbeperkingen als gevolg van het lichamelijke en sociale beperkingen. De rolbeperking als gevolg van een lichamelijke problemen staat op de voorgrond. Een voorbeeld is het ervaren van problemen in seksuele beleving. Bij meer dan een kwart van de 304 ingevuld teruggestuurde enquêtes wordt aangegeven dat de ziekte veel tot heel veel problemen in seksuele beleving veroorzaakt.

Welzijn 
Ook met welzijn is de vergelijking gemaakt met een grote groep patiënten die aan andere zeldzame ziekten lijdt. Hier doet de ADCA groep het gemiddeld niet slechter dan deze groep. De geestelijke gezondheid en vitaliteit van de gemiddelde ADCA patiënt is wel ruim onder het gemiddelde van de gemiddelde Nederlander. Pijn, als onderdeel van welzijn, komt minder voor bij ADCA patiënten. Van de ADCA patiënten ervaart minder dan 13 procent vrij erge pijn als gevolg van ADCA en minder dan 1 procent heel erge pijn. De geestelijke gezondheid is vooral verstoord bij ADCA patiënten die veel last hebben van heftige emotionele uitspattingen en depressiviteit. Verder ervaart een kwart van de patiënten vrij erg tot heel erg veel onbegrip en inleving van hun naaste omgeving voor de beperkingen door de ziekte. Dit lijkt niet zwaar te drukken op de geestelijke gezondheid. Om het welzijn te verbeteren wordt van veel hulpmiddelen en aanpassingen gebruikt gemaakt. De meest gebruikte hulpmiddelen/aanpassingen zijn in volgorde van belangrijkheid: rollator, aangepaste natte cel, scootmobiel, rolstoel, bestek en computeraanpassingen. Velen wonen in een gelijkvloerse woning met verlaagde drempels.

Gezondheidsevaluatie 
ADCA patiënten geven aan dat ze hun eigen gezondheid minder dan gemiddeld beschouwen. Ze hebben de verwachting eerder ziek te worden dan andere mensen en de verwachting van een achteruitgang in de gezondheid. De algemene gezondheidsbeleving scoort daardoor even laag in vergelijking met de groep van andere zeldzame ziekten. Door de symptomen van de ADCA ervaren ADCA patiënten een sterke verslechtering van hun gezondheid.

Overig 
In het onderzoek is aandacht besteed aan mantelzorg. Mantelzorg is zorgen voor een bekende die zorg of hulp nodig heeft en waarmee een persoonlijke relatie en band bestaat. Hoewel eenderde deel van de patiënten elke dag mantelzorg krijgt, krijgt bijna de helft momenteel helemaal geen mantelzorg. Dit wil niet zeggen zij geen enkele vorm van zorg hebben, maar dit kan wel een groot gemis betekenen. Voor diegenen die wel mantelzorg genieten zijn de partner, kinderen en vrienden de grootste categorieën mantelzorgverleners. De meeste mantelzorg wordt verleend op het gebied van vervoer, huishouden doen en gezelschap houden. Om ziekteverschijnselen die een direct gevolg zijn van ADCA tegen te gaan, geeft 39 procent aan medicijnen te gebruiken. Onder de ADCA patiënten zijn de meest gebruikte medicijnen kalmeringsmiddelen, pijnverzachters en spierverslappers. Naast medicijnen zijn therapieën populair, meer dan de helft van de ADCA patiënten volgt een bepaalde therapie. In geval van therapie krijgt het grootste gedeelte fysiotherapie, namelijk 44 procent. Van fysiotherapie, logopedie, en fitness(varianten) wordt de meeste baat ervaren om met de symptomen van ADCA om te gaan. Ten slotte iets over financiën in relatie met ADCA. Van ADCA patiënten geeft 20 procent aan financiële problemen te ondervinden door de ziekte, waarvan 15 procent veel en 5 procent heel veel financiële problemen.

Geïnteresseerde leden van de ADCA vereniging kunnen op de website het volledige onderzoek nalezen (www.ataxie.nl). Hierin staat de methode van opzet en uitvoering van het onderzoek. Ook vindt u hier meer technisch en cijfermatig materiaal betreffende de onderzoeksresultaten.

Met vriendelijke groet, 

Martijn van den Berg, onderzoeker 
Balthasar Schaap, coördinator

Het volledige onderzoek: 

 
 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact