Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Vorige pagina • Eén niveau terug • Volgende pagina

09) Begrippen


Auteur: Marco, ADCA-Vereniging Nederland
Datum meest recente wijziging: 13 november 2003

Op deze pagina wordt een aantal begrippen verklaard die worden gebruikt bij het beschrijven van (onder meer) diverse typen cerebellaire atrofie/ataxie. Een tussen blokhaken vermeld woord, zoals bijvoorbeeld [ataxie], verwijst naar een plek op deze pagina waar de betekenis van dat woord wordt uitgelegd.

Bronnen: bewerking van begripsverklaringen in diverse woordenboeken, informatie van artsen, de Thesaurus Zorg en Welzijn (www.thesauruszorgenwelzijn.nl) en de Medical Dictionary Search Engine. 
 

  • Akinesie

    • Bewegingsarmoede.

  • Apraxie

    • Onvermogen tot het uitvoeren van doelbewuste handelingen (nizw).

  • Ataxie

    • Stoornis in de samenwerking tussen de spieren, waardoor onbekwaamheid tot het verrichten van ordelijke bewegingen ontstaat. Hier: verzamelnaam voor coördinatiestoornissen. Artikel over ataxie.

  • Atactisch

    • Onregelmatig, onbeheerst: atactische gang.

    • Lijdend aan ataxie.

  • Atrofie

    • Verschrompeling van een orgaan door het afsterven van de cellen waaruit het orgaan bestaat, waarbij het afsterven van de cellen wordt veroorzaakt door een tekort dan wel een overmaat van stoffen die de cel nodig heeft om in leven te blijven. Zie afbeeldingen.

  • Atrofiëren

    • [Atrofie] vertonen.

  • Atrofisch

    • [Atrofie] vertonend.

    • Aan [atrofie] lijdend.

  • Autosomaal

    • De [autosomen] betreffende.

  • Autosoom, autosomen

    • Autosomen zijn die [chromosomen] die niet het geslacht bepalen. Zie de pagina over erfelijkheid.

  • Cerebellair

    • Het [cerebellum] betreffende.

  • Cerebellum

    • Een apart deel van de hersenen, ook bekend als de [kleine hersenen], dat een belangrijke functie heeft in het sturen en regelen van bewegingen. De uiterlijk waarneembare verschijnselen van het niet goed functioneren van dit deel van de hersenen wordt [ataxie] genoemd.

  • Chromosoom

    • Drager van erfelijke eigenschappen. Zie de pagina over erfelijkheid.

  • Cognitive impairment

    • Verslechterd cognitief (mentaal) functioneren

  • Degeneratie

    • (medisch:) Benaming voor allerlei veranderingen in cellen en weefsels waardoor hun normale functie aangetast wordt.

    • (in de neurologie:) een langzaam, geleidelijk proces van afsterven van bepaalde groepen hersencellen. Zie [atrofie].

  • Dementie

    • Blijvende verzwakking van de intellectuele vermogens, met name van het geheugen.

  • Dysarthrie

    • Spraakstoornis, waarbij iemand woorden als het ware kauwt en uitspuwt.

  • Dysgrafie

    • Schrijfstoornis

  • Dystonie

  • Hyporeflexie

    • Verlaagde peesreflexen

  • Ideopathisch

    • Dit woord wordt gebruikt om aan te geven dat de oorzaak niet bekend is.

  • Intentietremor

    • Optreden van bevingen bij het maken van willekeurige bewegingen (zie [dystonie] en [myoclonie]). Het steeds erger trillen van een ledemaat, naar gelang het doel van de beweging naderbij komt.

  • Kleine hersenen

    • Zie [cerebellum].

  • Late onset

    • Dit is een Engelstalig begrip dat wordt gebruikt om aan te geven dat iets laat begint (hier: op latere leeftijd, = op volwassen leeftijd).

  • Microsaccadic pursuit. 

    • Schokkende volgbewegingen van de ogen.

  • Myoclonie

    • Onwillekeurig drukke bewegingen. Krampachtige samentrekking van spieren. Onwillekeurig schokken/trekkingen die spontaan optreden bij het bewegen van de spieren. Het kan voorkomen bij rust of aanspannen van de spieren. Kleine trekkingen bij bewegingen van de gelaatsspieren / onwillekeurige spierschokken. Vergelijk [dystonie].

  • Myoclonus

    • Zie [myoclonie].

  • Netvlies (retina)

    • Het vlies dat de binnenvlakte van het oog bekleedt en waarop het beeld van de waargenomen voorwerpen wordt gevormd.

  • Netvliesdegeneratie

    • [Degeneratie] van het [netvlies] (retina). Afsterven van zenuwcellen in het netvlies, waardoor het gezichtsvermogen slechter wordt: men ziet waziger, niet meer geheel scherp.

  • Nystagmus

    • Onwillekeurige, snelle, ritmische bewegingen (trillingen) van het oog.

  • Occulomotor

    • Vrij: dit heeft iets te maken van de bewegingen van de ogen.

  • Olijfkernen

    • Zie [olivae].

  • Olivae

    • Twee delen van het centraal zenuwstelsel, te vinden op/bij de hersenstam. Zie afbeeldingen.

  • Pons

    • Deel van het centraal zenuwstelsel, onderdeel van de hersenstam. Zie afbeeldingen.

  • Postural tremor

    • Houdingstremor

  • Rigiditeit

    • Spierstijfheid

  • Resting tremor

    • Rusttremor: trillen bij ontspannen spieren

  • Retina

    • Zie [netvlies].

  • Spasticiteit.

    • Verlamming die gepaard gaat met verhoogde spierspanning.

  • Square wave jerks

    • Kleine spontane (horizontale) rukbewegingen van de ogen

 

 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact