Auteur: Anja Zwinderman
Datum: 18 december 2003.
Bron: de ADCA-krant van januari 2004. |
Op zaterdag 1 november hebben zich ruim 50 personen verzameld in
Eesergroen.
In Eesergroen staat een leuk Hotel, Herberg "De aanhouder
wint" die voldoet aan de eisen om zo'n dag te organiseren. Aardige
mensen, voldoende aanpassingen voor mensen met een lichamelijke
beperking en als je een borreltje teveel drinkt zijn er zelfs aangepaste
hotelkamers om te overnachten.
De middag begint met een gezellig praatje onder elkaar, kennis maken
met elkaar en oude familiebanden aanhalen onder het genot van koffie met
koek. Daarna geven wij de eerste sprekers het woord.
De eerste spreker stelt zich voor als:
Corien Verschuren: Klinisch geneticus
Zij vertelt ons wat wij zoal aan een klinisch geneticus kunnen
vragen.
mijn klachten veroorzaakt worden door de in mijn familie voorkomende
ataxie? Hoe kun je zekerheid krijgen of
Antw. : Dit kan bevestigd worden door een DNA onderzoek.
Welke vorm van ADCA heb ik?
Antw. : Er zijn 20 types SCA bekend, daarvan kun je SCA 1,2,3,6 en 7
laten testen.
Er is nu waarschijnlijk ook een test voor SCA 14 gevonden.
Hoe zit het met overerving?
Antw. : Als 1 van de ouders drager is van SCA kunnen zij dit doorgeven
aan hun
kinderen. Elk kind heeft 50% kans om de SCA te krijgen. Het kan van
moeder op kind en van vader op kind. Het geslacht maakt niet uit.
Wat is mijn kans om het te krijgen?
Antw. : Als 1 van je ouders drager is dan heb je 50% kans om het ook te
krijgen.
Kan ik met iemand praten over testen?
Antw. : Je kunt praten met Corien Verschuren of Rein Stulp van de
afdeling Klinische Genetica van het
Academisch Ziekenhuis Groningen of je kunt contact zoeken met het
medisch maatschappelijk werk. Ook kun je via je huisarts of neuroloog
vragen om een adres bij jou in de buurt.
Je hebt geen klachten maar wilt wel een DNA onderzoek, hoe gaat dat?
Antw. : Ik verwijs hierbij naar het antwoord bij vraag 5.
Wat zijn de mogelijkheden van onderzoek in de zwangerschap?
Antw. : Als het type SCA van de moeder bekend is kan met een vlokkentest
bepaald worden of een vrucht wel of geen SCA zal krijgen. Wanneer de moeder niets wil weten van haar
eigen diagnose, kan met behulp van bloed van de grootouders door middel
van een exclusietest de kans berekend worden of de vrucht SCA zal
krijgen.
De tweede spreker stelt zich voor als:
Rein Stulp: Genetisch consulent
Rein vertelt ons iets over SCA en kinderwens.
- Je hebt een aantal opties als je SCA hebt en toch graag kinderen
wilt.
- Je waagt de gok zonder testen
- Je laat je testen en kiest toch voor kinderen
- Je laat je testen en kiest voor geen kinderen
Er is een mogelijkheid om te kiezen voor kunstmatige inseminatie met
donorzaad. Er is een mogelijkheid om te kiezen voor eiceldonatie. Je
kunt tijdens de eerste 10 tot 12 weken van de zwangerschap een
vlokkentest laten doen. Het duurt ongeveer drie weken tot de uitslag
binnen is en dan kun je de keus nog maken om het kindje te laten komen
of niet.
In Maastricht is sinds 2001 voor mensen met SCA 3 de mogelijkheid om
te proberen de kinderwens in vervulling te laten gaan met een niet
aangedaan kind. Dit gebeurt door middel van: Pre-implantatie Genetische
Diagnostiek (PGD).
Het is in principe een normale IVF procedure alleen duurt het in dit
geval 1 dag langer, omdat er DNA onderzoek nodig is. Er is een kans van
20 tot 25% om via deze weg zwanger te worden. Er worden 3 behandelingen
vergoed en daarna zijn de kosten voor jezelf.
Er zijn een aantal voorwaarden voordat je in aanmerking komt:
- Je moet getest zijn op SCA en het ook hebben
- Het moet technisch mogelijk zijn ( op dit moment is er alleen iets
mogelijk voor mensen met SCA 3)
- Paren moeten voldoen aan de voorwaarden voor IVF
De vraag die in het publiek opkomt is de volgende:
Waarom willen ze persé weten of je SCA hebt. Kan het niet zonder die
test?
Rein geeft als antwoord dat IVF een risico inhoudt voor de vrouw.
Vooral de hormoonbehandeling kan soms vervelende gevolgen hebben. Ook
hebben de mensen van het labaratorium laten weten dat zij het moeilijk
hebben met het feit dat zij een geheim moeten bewaren. Zij zullen immers
tijdens de onderzoeken uitvinden of een eicel of zaadcel drager is van
SCA. Als de ouders het niet willen weten zitten zij later met een
labaratorium vol geheimen. Dit vinden zij erg belastend. Er is met alle
betrokken disciplines van het ziekenhuis in Maastricht uitgebreid
gesproken over dit probleem en zij zijn tot de conclusie gekomen dat het
beter is om de aanstaande ouders eerst te laten testen. Hoe moeilijk
deze keuze ook is.
Na de twee eerste sprekers lassen we een pauze in voor een hapje en
een drankje. Ondertussen is ook de neuroloog Ewout Brunt van het AZG
gearriveerd met in zijn gezelschap dr. Nico Smit. Dr. Smit is een oud
huisarts uit Wildervank en is tijdens zijn carriére actief bezig
geweest om SCA ( wat toen nog bekend was als ADCA) te onderzoeken.
Dr. Smit was ook betrokken bij het eerste genetische onderzoek 1987,
samen met dr. ten Kate van de afdeling medische genetica Ook heeft hij
hele stambomen uitgezocht in een poging de erfelijkheid te ontrafelen.
Dr. Smit is de negentig ruim gepasseerd maar is nog steeds vol
belangstelling en interesse.
Het laatste nieuws wat dr.Brunt ons kan melden is dat er een aantal
nieuwe SCA's zijn ontdekt. Van die nieuwe SCA's zijn er maar weinig
mensen in Nederland.
In Nederland zijn SCA 19, 23 en FGF gevonden. In Frankrijk is SCA 21
gevonden en in Taiwan is SCA 22 gevonden. In Amerika en Japan is SCA 24
beschreven, maar die is later weer teruggetrokken omdat het om een
autosomaal recessieve aandoening ging
Een belangrijke nieuwe ontdekking van dit jaar is een nieuwe techniek
van "RNA stilmaken". Met deze techniek is het gelukt om in
modellen van cellen waarin een SCA3 afwijking was gemaakt, het aflezen
van het gen met de SCA3 afwijking afzonderlijk te stoppen. Hierdoor werd
er in deze cellen dus geen fout ataxine3 eiwit meer gemaakt, en dat
eiwit veroorzaakt bij SCA3 nu juist het ziekteproces. De volgende stap
is om te proberen om ook in SCA3 proefdiermodellen met deze techniek het
foute SCA3 gen apart stil te leggen.
Als het lukt is dit alles veelbelovend. De tijd zal het ons moeten
leren.
In het tweede deel van zijn praatje noemde hij nog eens de
verschillende "instrumenten" die wij hebben om ataxie
onderzoek te doen. De 'instrumenten' die worden gebruikt tijdens het
onderzoek naar SCA zijn de volgende:
Kliniek: hier worden de verschillende en gemeenschappelijke kenmerken
van Mensen met SCA onderzocht, en met elkaar in verband gebracht.
Een belangrijk aspect is ook de relatie met genetische gegevens, zoals
de lengte van de CAG repeat bij SCA3 en andere SCA's, en de
beginleeftijd van de verschijnselen, en eventueel vroeger optreden in
een volgende generatie (anticipatie).
Pathologie: hier wordt onderzoek gedaan van hersenweefsel van mensen
die overleden zijn. Dit onderzoek gebeurt vanuit Groningen in
samenwerking met dr de Vos uit Enschede en onder andere dr. Rüb uit
Frankfurt. Het onderzoek door dr Rüb heeft in de afgelopen jaren zeer
veel nieuwe gegevens opgeleverd, doordat hij op een systematische wijze
de hele hersenstam van een aantal SCAC3 patienten heeft onderzocht en
heeft vergeleken met hersenweefsel van controle personen. Een deel van
de nieuwe gegevens is ook van veel belang om de achtergrond van bepaalde
klinische verschijnselen te begrijpen.
Genetica: dit instrument gebruikt het erfelijkheidsmateriaal als
uitgangspunt. Met het vinden van meer dan 20 SCA's zijn er ook
verschillende typen mechanismen gevonden, die beschadiging van
zenuwcellen kunnen veroorzaken. Zo zijn er veranderingen in het eiwit
dat door een gen wordt gemaakt, b.v bij SCA1,2,3 en 7, en zijn er
verstoringen in het aflezen van erfelijkheidsmateriaa, zoals bij SCA 8,
10, 12 en 17.
Modellen: Van de meeste SCA's is wel een diermodel gemaakt (rat,
muis, fruitvlieg, worm ) en verder zijn celkweken (zowel humaan als
dierlijk) een veel gebruikt onderzoeks model.
Moleculaire biologie: dit is de wetenschap die zich bezig houdt met
het onderzoek van de celstofwisseling . Dit onderzoek richt zich o.a. op
het nagaan van de functie en afbraak van bepaalde eiwitten, de
verstoring door "foute" eiwitten van andere eiwitten, en de
mogelijkheid om bepaalde schadelijke invloeden weer tegen te gaan, zoals
met "chaperone"eiwitten.
Na het spreken van Ewout Brunt is er nog gelegenheid om vragen te
stellen.
Eén van de vragen die naar voren komt is waarom de klachten in 1
familie zo verschillend kunnen zijn.
Er zijn verschillende factoren die meespelen:
De ernst van de erfelijke afwijking, bij SCA1, 2, 3, 6 en 7 de lengte
van de CAG repeat (lengte kan verschillen).
Waarschijnlijk spelen omgevingsfactoren een rol. Andere beïnvloeden de
erfelijke factoren. Mensen hebben 30.000 stukjes erfelijkheid, dus de
andere 29.999 stukjes zijn ook van invloed op jou als mens
De griep heeft ook op ieder mens een andere uitwerking en zo is het
ook met SCA. Ieder mens is nu eenmaal uniek. Een echte reden is dus niet
te geven het heeft gewoon met een heleboel dingen te maken.
De volgende vraag uit het publiek betreft de hersencellen die mensen
afstaan na hun overlijden. Worden die bewaard?
Ja, de hersencellen worden bewaard. Op dit moment is in Nederland met
name dr. Vos van het ziekenhuis in Enschede erg nauw betrokken bij dit
onderzoek vanuit Groningen. De hersenen worden in ieder geval tot zijn
pensioen bij hem bewaard. Sommige hersenen zijn na gebruik gewoon op en
kunnen niet meer gebruikt worden voor onderzoek. Veel van het
hersenweefsel wordt in kleine dunne plakjes gesneden en zorgvuldig
bewaard om later te kunnen worden gebruikt. De hersenen worden gebruikt
in Frankfurt, Bonn, Berlijn, Amsterdam en Amerika. De betrokken
onderzoekers werken nauw samen en gaan zeer zorgvuldig om met het
hersenmateriaal. Zij weten heel goed hoe kostbaar dit geschenk is wat
hun wordt toe vertrouwd.
Na de vragen in het publiek nemen wij afscheid van elkaar. Het is een
leuke middag geweest. Mijn dank gaat uit naar Corien Verschuren, Rein
Stulp, Ewout Brunt, Dr. Smit en onze twee Duitse gasten uit Bremen die
de lange reis naar Drenthe hebben gemaakt. Voor diegenen die
belangstelling hebben om eens te corresponderen met ataxie patiënten in
Duitsland heb ik het volgende e-mail adres: detlevradant @ gmx.de. Ik weet
dat deze mensen het erg leuk zouden vinden als iemand met ze zou willen
schrijven.
Als laatste wil ik nog even opmerken dat ideeën voor volgend jaar
van harte welkom zijn. Wilt U iets horen of zien over een bepaald onderwerp
of zou U de opzet van de middag anders willen zien? Laat het
weten en wij zullen zien wat we kunnen doen.
Tot ziens en tot volgend jaar.
Anja Zwinderman
Kijlstraat 16
9571 AL 2e Exloërmond
anja @ zwinderman.tmfweb.nl |