Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Vorige pagina • Eén niveau terug • Volgende pagina

Voorspellend genetisch testen


Auteur: Prof. dr. H.P.H. Kremer, neuroloog
Datum: januari 2001.

Een belangrijke ontwikkeling van de afgelopen jaren voor wat betreft de kennis van de ADCA’s is het inzicht dat we ontleend hebben aan het moleculair genetisch onderzoek naar het mechanisme van overerving van ADCA’s. Sedert 1993 zijn immers in snel tempo reeds vijf verschillende moleculaire vormen van ADCA gekarakteriseerd, en van twee andere vormen is bekend op welk chromosoom het veranderde gen moet liggen. We kunnen deze kennis inmiddels gebruiken om tot een moleculaire diagnose te komen, maar er zijn ook andere mogelijkheden geschapen. De belangrijkste is dat we nu in staat zijn om bij mensen die nog geen ziekteverschijnselen hebben, te voorspellen of zij gendrager zijn, en of ze dus ziek zullen worden. Achter deze droge constatering gaat een zeer complex oerwoud van psychologische, ethische en juridische problemen schuil. Wat weten we momenteel eigenlijk van de effecten van voorspellende genetische testen op mensen die zo’n test ondergaan? Voor de goede orde: we praten hier over voorspellende testen: DNA diagnostiek bij individuen die nog geen verschijnselen hebben. Een diagnostische test, dat wil zeggen een test bij een individu met ziekteverschijnselen, is een heel ander verhaal.

Waarom willen mensen eigenlijk weten of zij drager zijn van een ADCA gen? Deze vraag dient u in wezen te stellen aan diegenen die in deze situatie zitten. Dit is dan ook gebeurd door wetenschappelijke onderzoekers, niet bij mensen uit ADCA families, maar wel bij mensen die het risico lopen op de ziekte van Huntington. Dit is erfelijke hersenziekte die gewoonlijk begint tussen het 25e en het 50e levensjaar, en gepaard gaat met onwillekeurige bewegingen, karakterveranderingen, psychiatrische problemen, en uiteindelijk dementie. Onderzoek in verschillende landen kwam verrassenderwijs tot min of meer gelijksoortige conclusies. Voor de meeste mensen die beginnen aan een genetische test is het vreselijk belangrijk om onzekerheid weg te nemen over of zij wel of niet gendrager zijn. Veel mensen gaven aan liever met de zekerheid van een slecht bericht te willen leven, dan met de onzekerheid van geen bericht. Naast een reductie van onzekerheid speelde ook een belangrijke rol de beslissing over ouderschap. Wel of geen gendrager zijn voor de ziekte van Huntington beïnvloedde voor velen de uiteindelijke keuze wel of geen kinderen. Daarnaast bleken er een hoop mensen te zijn die, door zichzelf te laten testen, de keuze om wel of niet te testen voor hun kinderen gemakkelijker wilden maken: als zij zelf geen gendrager zouden zijn, hoefden hun kinderen zich niet ongerust te maken. En tenslotte waren er een paar mensen die belangrijke zakelijke of financiële beslissingen wilden laten afhangen van hun genetische status – pas investeren in het bedrijf als dragerschap kon worden uitgesloten.

Overigens is in de meeste westerse landen de ervaring dat slechts 15 - 20% van de mensen die risico lopen op de ziekte van Huntington, zich ook daadwerkelijk laten testen met een voorspellende test. Dat wil zeggen dat 80 - 85% van de getroffenen liever niet weet dan wel weet. U moet zich wel realiseren dat deze gegevens waarschijnlijk niet direct vergeleken kunnen worden met de toestand bij mensen die risicodrager zijn voor een ADCA. Mogelijk is van belang hoe ernstig een individu zich bedreigd acht door de ziekte. De ziekte van Huntington is een aandoening die uiteindelijk met zeer veel geestelijke invaliditeit gepaard gaat. Mensen die aan de ziekte lijden takelen geestelijk zodanig fors af dat zij op vaak jonge leeftijd reeds ernstig dement worden, en dit vooruitzicht is voor veel mensen erger en meer bedreigend dan lichamelijke invaliditeit of afhankelijkheid. Waarschijnlijk is dat hoe ernstiger men zich door de ziekte bedreigd voelt, hoe meer men zal nadenken over een genetische test. Daarnaast zijn wereldwijd de patiëntenverenigingen op het gebied van de ziekte van Huntington zeer actief met voorlichting over problemen en procedures van voorspellende testen. Deze twee factoren maken dat er momenteel verhoudingsgewijs meer mensen met het risico op de ziekte van Huntington zich laten testen op dragerschap, dan mensen met het risico op een ADCA. Op onze eigen polikliniek Erfelijke Hersenziekten in Nijmegen bijvoorbeeld hebben zich nog slechts enkele mensen gemeld voor zo’n test. (In Groningen hebben overigens al veel meer mensen zo’n test ondergaan, vertelde Dr. Brunt mij recent)

Hoe gaat een voorspellende genetische test in zijn werk? Op de allereerste plaats dient diegene die de test aanvraagt, zich te realiseren dat er geen goede of verkeerde beslissing bestaat met betrekking tot testen. Niemand kan bepalen of het zinvol is om een voorspellende test te ondergaan, alleen de risicodrager zelf. Tegelijkertijd dient hij of zij zich te realiseren dat het vernemen van een slechte uitslag een zeer forse aanslag op het psychisch welbevinden kan betekenen. Wanneer mensen dan ook bij een Klinisch Genetisch Centrum komen en een voorspellende test aanvragen, zal de klinisch geneticus in eerste instantie samen met de adviesvrager nagaan waarom er gevraagd wordt om de test. De adviesvrager zal geholpen worden zich voor te stellen hoe hij of zij met een slechte uitkomst zou omgaan. Maar in laatste instantie neemt de adviesvrager zelf de beslissing om wel of niet door te gaan met de test. Alleen wanneer er bijvoorbeeld gevaar voor zelfmoord bestaat of voor ernstige psychische ontregeling, zal de klinisch geneticus besluiten niet mee te werken. Een belangrijk element in de procedure is voorts tijd. Het is veel beter om een aantal weken te wachten voordat de test plaats vindt, dan om direct bij het eerste bezoek reeds bloed af te nemen. Soms zijn mensen die aanvankelijk vastbesloten waren zich te laten testen, toch niet meer zo zeker van hun zaak, en dan kunnen zij zich alsnog terugtrekken. Als er bloed wordt afgenomen, moet dat worden opgestuurd naar Utrecht en het duurt vaak 6 tot 8 weken voordat de uitslag bekend is. Uiteraard is dit een lange periode om te wachten, doch ook nu weer biedt het diegene die de test aanvraagt, de mogelijkheid om zich alsnog terug te trekken. De klinisch geneticus zal dan ook, voordat de uitslag wordt meegedeeld, opnieuw informeren of men wel het resultaat wil weten. Na de uitslag, en al helemaal na een slechte uitslag, zal er begeleiding, meestal door een maatschappelijk werkende of door een psycholoog, geboden worden om de adviesvrager door de moeilijke periode heen te helpen. Maar centraal in de procedure staan de autonomie, het zelfbeslissingsrecht, en de bescherming, van de adviesvrager. Situaties zoals die in de Verenigde Staten voorkomen, waarbij mensen hun bloed naar commercieel bedrijf sturen, en vervolgens per post de uitslag meegedeeld krijgen, worden door vele mensen in de wereld niet wenselijk geacht.

Indien U nog eens wilt praten over de voor- en nadelen van een voorspellende test bij Uzelf, kunt U zich wenden tot een Klinisch Genetisch Centrum in Uw buurt. Aan ieder Academisch Ziekenhuis is zo’n centrum verbonden.

 
 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact