|
Auteur: Marco, ADCA-Vereniging Nederland.
Bron 1: OMIM®: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?db=omim,
26 februari 2003.
Bron 2: Dr. E.R.P. Brunt, neuroloog, januari 2000.
Bron 3: Dr. D. Verbeek, klinisch genetica, juli 2002.
Datum: 6 maart 2003.
OMIM 603680
SCA-8 was eerst toegekend aan een
zeldzame vorm van vroeg beginnende autosomaal recessieve ataxie (IOSCA)
die in Finland voorkomt, maar omdat de SCA-indeling voor autosomaal dominante
heredo-ataxie wordt gebruikt is dit nummer later gebruikt voor een nieuwe
dominant overervende vorm.
Ziektebenamingen
Spinocerebellaire ataxie 8; SCA-8 Symptomen
De klinische verschijnselen bestaan uit ataxie, met dysarthrie, en
balansstoornis, soms in combinatie met spasticiteit en vermindering van het
vibratie gevoel. De verschijnselen openbaren zich tussen ongeveer 18 en 65 jaar
en zijn niet opvallend snel progressief. Net zoals bij andere SCA’s is er een
relatie tussen toename van de trinucleotide repeat en de ernst van de
verschijnselen.
Patholoog-anatomische gegevens zijn nog niet beschikbaar. Met MRI-onderzoek
is schrompeling van de kleine hersenen zichtbaar. Dit stemt overeen met het feit
dat het SCA-8 gen vooral in de kleine hersenen tot expressie komt.
Vergeleken met andere indelingen komt het klinische beeld overeen met ADCA-1.
In de OPCA-indeling zou SCA-8 kunnen passen bij OPCA-1 of OPCA-6. Oorzaak
Van SCA-8 is in 1998 de plaats van het gen nauwkeurig vastgesteld op chr 13q21.
De mutatie bestaat uit een
verlengde herhaling van drie bouwstenen van het DNA, te weten de bouwstenen
Cytosine, Thymine en Guanine. Normaal bestaat deze herhaling bijna altijd uit 16
of 37 kopieën, maar bij mensen met SCA-8 is er in één van de twee genen een
serie van tussen 105 en 130 kopieën. Een serie van 90 tot 115 kopieën kan, maar hoeft niet
per se SCA-8 te geven. Bijzonder is dat een serie van meer dan 250 kopieën geen
SCA-8 meer geeft.
Er is dus als het ware een kleiner venster waarbinnen een verlengde herhaling altijd
SCA-8 geeft en een iets groter venster waarbinnen een verlengde herhaling soms wel en
soms geen SCA-8 geeft. De verlengde herhaling bij SCA-8 is sterk instabiel en
vertoont bij maternale overdracht meestal een verlenging en bij paternale
overdracht meestal een verkorting. Als gevolg hiervan kunnen kinderen van
gezonde ouders SCA-8 hebben wanneer bijvoorbeeld bij maternale overdracht de
serie herhalingen in het tussenliggende gebied van 37 tot 105 kopieën is toegenomen tot
bijvoorbeeld 110, of bij paternale overdracht een serie van 250 kopieën juist is
afgenomen tot 160. SCA-8 onderscheidt zich in het overervingspatroon dus van de
overige SCA’s en vertoont een gecompliceerd autosomaal dominant
overervingspatroon, met
verminderde penetrantie in paternale overdracht, en een versterkte penetrantie
in maternale overdracht. De verlengde herhaling lijkt zich te bevinden in een gedeelte van
het gen dat niet vertaald wordt. Dat betekent dat er bij SCA-8 in tegenstelling
tot de andere SCA’s met een bekende mutatie geen afwijkend eiwit gevormd
wordt. Epidemiologische gegevens
Over het voorkomen van SCA-8 bestaan nog maar weinig gegevens. In de
oorspronkelijke publicatie bleek SCA-8 verantwoordelijk voor 6% van patiënten die
waren geclassificeerd als autosomaal recessief en 3% van degenen die waren
geclassificeerd als autosomaal dominant. Recent is ook in Nederland voor het
eerst SCA-8 vastgesteld. Onderzoek
De mutatie is aantoonbaar door middel van bloedonderzoek, waarbij wordt
gezocht naar de aanwezigheid van de afwijking van het erfelijk materiaal dat
leidt tot SCA-8.
D. Verbeek, oktober 2003: De mutatie komt wel voor in Nederland, maar er wordt
geen onderzoek meer naar gedaan.
|