OMIM 164500 (www.ncbi.nlm.nih.gov/omim/).
Gen: Chr. 3p14-21.
Repeat: CAG.
Andere ziektebenamingen
ADCA-2, OPCA-3
Oorzaak en diagnostisch onderzoek
SCA-7 wordt veroorzaakt door een afwijking
in het erfelijk materiaal (genetische locatie: 3p14-21). De mutatie is
aantoonbaar door middel van bloedonderzoek, waarbij wordt gezocht naar
de aanwezigheid van het afwijkende gen dat codeert voor SCA-7.
Verschijnselen
ataxie + een of meer van de volgende verschijnselen:
Netvliesdegeneratie (zie Symptomen).
Algemene beschrijving (dr. E.R.P. Brunt, neuroloog. Januari 2000)
Het SCA7 (MIM 164500) gen werd in 1995 gelijktijdig door twee groepen
gelocaliseerd op chr 3p14-21. Toen dit gebeurde was SCA6 nog niet bekend
gemaakt, maar kennelijk al wel ‘gereserveerd’. Een jaar later werd de plaats
van het SCA7 gen nauwkeuriger bepaald op chr3p12-13, en weer een jaar later, in
1997, is het gen zelf gevonden. De mutatie in het SCA7 gen bestaat net als bij
SCA1, -2 en -3 uit een onstabiele CAG repeat verlenging. De vondst van een
verlengde CAG trinucleotide repeat sloot overigens aan bij twee ontdekkingen in
het jaar daarvoor, namelijk dat er bij mensen met SCA7 ‘ergens’ in het
erfelijkheids materiaal een CAG repeat voorkwam, en dat er bij mensen met
families met ADCA II een abnormaal eiwit aanwezig was, met een verlengde
polyglutamine keten (zie voetnoot 5).
De verlengde CAG repeat bij SCA7 is onstabieler dan bij de andere SCA’s.
Bij gezonde mensen ligt de lengte van de CAG repeat in het SCA7 gen meestal
tussen 4 en 19 copieën, en bij aangedane mensen ligt deze tussen 37 en plm 200
copieën. Vooral via paternale overdracht komt nogal eens een grote verdere
verlenging van de CAG repeat voor. Door hun sterke instabiliteit kunnen SCA7
repeats met een (hoog normale) lengte tussen 28 en 35, waarbij geen klinische
verschijnselen voorkomen, in een volgende generatie verder verlengd zijn en zo
aanleiding geven tot ogenschijnlijk niet overgeërfde ‘nieuwe’ gevallen van
SCA7. Een ander aspect van SCA7 dat samenhangt met de sterke instabiliteit van
de CAG repeat is de recente bevinding dat SCA7 op relatief veel verschillende
plaatsen onafhankelijk van elkaar is ontstaan. SCA7 komt gemiddeld iets minder
vaak voor dan SCA1 en SCA2, en maakt ongeveer 5% uit van alle dominante
ataxieën. Ten tijde van de ontdekking van het gen waren er ruim dertig families
met dit ziektebeeld beschreven.
De klinische verschijnselen bestaan uit een combinatie van verminderd
gezichtsvermogen met ataxie en dysarthrie, vertraagde sprongbewegingen van de
ogen overgaande in verlamming van de ogen, en soms met gevoelsstoornissen,
verhoogde reflexen, of dementie. In de combinatie van verminderd
gezichtsvermogen en ataxie, en in het soms zeer vroege optreden onderscheid SCA7
zich van de andere SCA’s
Het verminderde gezichtvermogen begint als een bijzondere vorm van blauw-geel
(tritaan-as) kleurenblindheid, die uiteindelijk tot blindheid kan leiden. De
stoornis in het gezichtvermogen en de ataxie kunnen zowel gezamenlijk als ieder
afzonderlijk voorkomen. Soms gaat vermindering van het gezichtsvermogen jaren
vooraf aan de eerste verschijnselen van ataxie. De begin leeftijd zowel van
de gezichtsstoornis en van de ataxie wisselen sterk en kan, vooral bij paternale
overdracht, soms sterke anticipatie vertonen (b.v. 20 jaar). Er zijn enkele
gevallen beschreven waarbij de verschijnselen al vóór het eerste jaar begonnen
en waarbij behalve ataxie ook stoornissen van de lever bestonden, met een
dodelijke afloop in enkele jaren.
Patholoog-anatomisch onderzoek laat afsterving zien van zenuwcellen in het
cerebellum, de pons, de onderste olijfkernen en het netvlies (retina)
SCA7 correspondeert met het klinische type ADCA II (ataxie met netvlies
degeneratie), en het OPCA type III. Voor ADCA II bestaat heterogeniciteit, dat
wil zeggen dat families met ADCA II bij SCA7 kunnen worden ingedeeld.
Onderzoek
De mutatie is aantoonbaar door middel van bloedonderzoek, waarbij wordt
gezocht naar de aanwezigheid van de afwijking van het erfelijk materiaal dat
leidt tot SCA-7.
|