OMIM 183086 (www.ncbi.nlm.nih.gov/omim/).
Gen: Chr. 19p13.
Repeat: CAG.
Andere ziektebenamingen
Cerebello-olivaire atrofie, ataxie van Holmes
(niet te verwarren met de ziekte
van Holmes).
Oorzaak en diagnostisch onderzoek
SCA-6 wordt veroorzaakt door een afwijking
in het erfelijk materiaal (genetische locatie: 19p13). De mutatie is aantoonbaar
door middel van bloedonderzoek, waarbij wordt gezocht naar de aanwezigheid
van het afwijkende gen dat codeert voor SCA-6.
Verschijnselen
Ataxie. Weinig of geen andere verschijnselen.
Relatief late beginleeftijd en relatief langzame achteruitgang (progressie).
Enkele jaren voorafgaand aan de blijvende en toenemende verschijnselen
van ataxie kunnen aanvallen van ataxie en duizeligheid van uren tot enkele
dagen optreden. Ook aanvallen van hoofdpijn/migraine kunnen optreden.
Algemene beschrijving (dr. E.R.P. Brunt, neuroloog. Januari 2000)
Over SCA6 (MIM 183086) is zoals gezegd eerder uitgebreid in de ADCA krant
geschreven. Het gen is begin 1997 ontdekt, door in het gebied op chr 19p13, waar
het gen eerder al gelocaliseerd was, te zoeken naar een verlengde CAG repeat.
Deze verlengde CAG repeat werd gevonden in hetzelfde gen, waarvan vlak daarvoor
in 1996 door onderzoekers uit Leiden was gevonden dat het verantwoordelijk was
voor een zeldzame vorm van familiair voorkomende migraine, en tevens voor een
voor van episodische ataxie. Het gaat daarbij om het CACNA1A gen, dat codeert
voor een bepaald stukje (de -subunit) van een calcium kanaal. Dit
"kanaal" is een soort deurtje in de celwand, dat open gaat bij een
verlaging van de electrische spanning over de celwand, en waardoor calcium ionen
de cel binnen stromen. Dit spanningsgestuurde calciumkanaal speelt onder andere
bij prikkel overdracht door transmittors een belangrijke rol.
Mensen met SCA6 hebben in één van hun twee CACNA1A genen dus een verlenging
van een CAG repeat. Het aantal CAG kopieën in dit gen is normaal 4-16, en
bedraagt bij SCA6 21-27. Deze verlenging is minder groot dan de CAG verlenging
bij andere SCA’s, en is ook minder onstabiel.
SCA6 lijkt globaal iets vaker voor te komen dan SCA1 en SCA2, en wordt gezien
bij ongeveer 10% uit van alle dominante heredo-ataxieën. Het klinische beeld
van SCA6 wordt wel aangeduid als ataxie van het ‘type Holmes’, en wordt
gekenmerkt door relatief zuivere ataxie, dus zonder andere opvallende kenmerken
en daarbij een relatief langzaam progressief beloop. Voor een deel hangen deze
relatief zuivere ataxie en langzame progressie wellicht weer samen met de
relatief late leeftijd (boven 50 jr) waarop de verschijnselen meestal beginnen.
Patholoog-anatomisch wordt dit type beschreven als cerebello-olivair type: de
belangrijkste afwijkingen worden gevonden in de (schors) van de kleine hersenen
en de olijfkernen. Dit type komt overeen met type III volgens de ADCA indeling,
en kan volgens de OPCA indeling eventueel gerangschikt worden onder OPCA VI.
Onderzoek
De mutatie is aantoonbaar door middel van bloedonderzoek, waarbij wordt
gezocht naar de aanwezigheid van de afwijking van het erfelijk materiaal dat
leidt tot SCA-6.
|