|
Auteur: Marco, ADCA-Vereniging Nederland.
Bron: Dr. E.R.P. Brunt, neuroloog, januari 2000.
Datum: 7 maart 2003.
In 1970 maakten Koningsmark en Weiner een indeling, in zeven typen,
naar plaatselijke afwijkingen in de hersenen: olivopontocerebellaire
atrofie (OPCA). Zij meenden dat de indeling
van ataxie het best kon gebeuren op grond van de plaatselijke afwijkingen
in de hersenen, zoals die bij pathologisch-anatomisch onderzoek waren gevonden. Deze indeling werkt niet
optimaal. Door de variatie van verschijnselen binnen een familie kwam
het voor dat verschillende familieleden werden ingedeeld bij
verschillende typen OPCA. Bovendien geeft deze indeling geen mogelijkheid
families in te delen indien er geen volledig pathologisch-anatomisch
onderzoek was gedaan.
In 1980 doorbrak Anita Harding deze impasse met een eenvoudige
klinische indeling voor de cerebellaire ataxieën met een autosomaal dominant
patroon van overerving (ADCA).
OPCA-1
Wijze van overerving: autosomaal dominant
Olivopontocerebellaire atrofie type Menzel
Zie ook ADCA-1.
OPCA-2
Wijze van overerving: autosomaal recessief
Olivopontocerebellaire atrofie type Fickler-Winkler
OPCA-3
Wijze van overerving: autosomaal dominant
ataxie + netvliesdegeneratie.
Zie ook ADCA-2.
OPCA-4
Wijze van overerving: autosomaal dominant
type familie Schut-Haymaker
Zie ook ADCA-1.
OPCA-5
Wijze van overerving: autosomaal dominant
ataxie + dementie, oogspierverlamming en
onwillekeurige bewegingen.
OPCA-6
Wijze van overerving: autosomaal dominant
(overige autosomaal dominant overervende
typen)
OPCA-7
Niet-erfelijk
type Déjérine-Thomas.
Zie ook: Multiple Systeem Atrofie (MSA). |