Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Vorige pagina • Eén niveau terug

...MSA: Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen?


Auteur: Prof. dr. H.P.H. Kremer, neuroloog.
Datum: 5 juni 2003.

Op het spreekuur van de neuroloog
Wanneer mensen op het spreekuur van de neuroloog komen met een over de jaren heel langzaam erger wordende vorm van cerebellaire ataxie, moet een groot aantal mogelijke diagnosen overwogen worden. Belangrijk vragen in dit diagnostische proces zijn: op welke leeftijd is het begonnen, zijn er aanwijzingen dat het in de familie overerft, en zo ja, op wat voor manier? Welke klachten en verschijnselen bij het neurologisch onderzoek zijn bij die patiënt aanwezig en welk conclusie kun je hieruit trekken omtrent de hersendelen die dus aangedaan zijn? Welke aanvullende röntgen- en laboratoriumonderzoeken moeten er gedaan worden en wat is de uitkomst hiervan? Pas hierna kan er met enig vertrouwen nagedacht worden over wat er aan adviezen gegeven kan worden.

Beginleeftijd, niet-erfelijkheid en progressie
Multiple systeem atrofie is typisch een aandoening die vooral bij oudere mensen voorkomt: meestal pas na het 50e levensjaar, hoewel ik wel mensen ken die het reeds voor die leeftijd gekregen hebben. De aandoening is bijna per definitie niet erfelijk: als er sprake is van verscheidene aangedane mensen in de familie kun je er bijna zeker van zijn dat het geen MSA is, zonder de patiënt zelfs maar gezien te hebben. Ook het tempo waarin de mensen met MSA achteruit gaan ligt over het algemeen hoger dan bij veel andere vormen van chronisch erger wordende ataxie.

Verschijnselen
Om de diagnose MSA met zekerheid te kunnen stellen, moeten we kunnen waarnemen dat de patiënt problemen op verschillende gebieden heeft - er moeten verscheidene hersensystemen aangedaan zijn; vandaar de naam. Er moet sprake zijn van een aandoening van het autonome zenuwstelsel - dat is het deel van het zenuwstelsel dat zich bezig houdt met de regulatie van functies zoals bloeddruk, polsfrequentie, zweetsecretie, de blaas, of seksuele functies. Een veelgehoorde klacht bij mannen met MSA is bijvoorbeeld geen erecties of zaadlozingen kunnen krijgen. Daarnaast moeten er Parkinson-achtige verschijnselen bestaan en/of een cerebellaire ataxie. En zijn de reflexen aan de benen ook nog eens te levendig, dan is het beeld compleet.

Oorzaak
Die verschijnselen houden direct verband met de delen in de hersenen (de 'systemen') die door de ziekte zijn aangedaan. Bij het onderzoek van de hersenen van een overleden patiënt is het patroon van de verspreiding van de afwijkingen heel herkenbaar. Maar het belangrijkste kenmerk van de ziekte is de ophoping in sommige zenuwcellen en in vele steuncelllen van een onoplosbare eiwitcomplexen. Deze eiwitcomplexen kleuren op een bepaalde manier wanneer zij geïmpregneerd worden met een zilveroplossing - ze worden dan ook argentofiele inclusies genoemd. Tot nu toe is zo'n onderzoek na de dood de enige manier om met 100% zekerheid vast te stellen dat er sprake was van MSA. Het lijkt voor de hand te liggen dat als we weten hoe die argentofiele inclusies samengesteld zijn en hoe ze gevormd worden, we meer te weten komen over de oorzaak van MSA. En als we de oorzaak kennen, kunnen we er mogelijk iets aan doen.

Wetenschappelijk onderzoek
Soms komt kennis uit een onverwachte hoek. Het onderzoek naar de ziekte van Parkinson zat begin jaren '90al vele jaren in het slop. Niemand had een idee wat de oorzaak van de ziekte was. Of liever: ideeën genoeg, maar niets dat ook werkelijk bevestigd kon worden. Omdat genetisch onderzoek zo succesvol geweest was bij andere aandoeningen, besloten wetenschappers te gaan zoeken naar families waarin een erfelijke vorm van de ziekte voorkwam. Nu ging het hierbij in de meeste gevallen om zogenaamde recessieve vormen van de ziekte, maar er waren in de wereld ook een paar families waarin Parkinson dominant overerfde. Door middel van dezelfde technieken waarmee ook alle SCA genen gevonden waren, werden DNA monsters van leden van deze 'dominante' families bewerkt. En in 1997 werd dit onderzoek beloond met de ontdekking van mutaties in het zogenaamde alpha-synucleïne gen in een Italiaanse en later drie Griekse families met een dominante erfelijke vorm van de ziekte van Parkinson. Het eiwit waarvoor het gen codeert, alpha-synucleïne, heeft een nog niet geheel begrepen functie. Dit eiwit wordt vooral aangetroffen in de zogenaamde synapsen, gespecialiseerde plaatsen waar de ene zenuw met de andere communiceert. Mogelijk speelt het een rol in de afbraak van abnormale eiwitten in de cel via het zogenaamde proteasoom - een gespecialiseerd eiwit complex dat fungeert als een soort eiwit-vuilverbrander. Maar ook een functie bij de vorming van nieuwe synapsen en het geheugen is wel gepostuleerd. Een eiwit dat erg op alpha-synucleïne lijkt speelt een rol bij het aanleren van specifieke 'zang'-melodieën bij zebravinken.

Bij de ziekte van Parkinson, ook in de niet-erfelijke vorm die bij het overgrote merendeel van de patiënten voorkomt, slaat alpha-synucleïne neer in onoplosbare eiwitklompen die in bepaalde zenuwcellen te vinden zijn. En voorts maakt alpha-syncleïne deel uit van de plaques die gevonden worden in de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer.

Alpha-synucleïne blijkt ook een belangrijke component te zijn van de argentofiele inclusies van MSA patiënten. Waarom en hoe ze nu juist neerslaan in de zenuwcellen en de steuncellen die aangedaan zijn bij MSA is onduidelijk - er zijn momenteel meer vragen dan antwoorden. Maar de richting die het onderzoek in eerste instantie in moet slaan is wel duidelijk: wat is de normale functie van het eiwit en wat is de manier waarop het normalerwijze in de hersenen wordt geproduceerd en weer afgebroken? Als we dit weten kan er naar de specifieke rol bij MSA gekeken worden. Zo blijkt dat onderzoek naar een ziekte, in dit geval de ziekte van Parkinson, ook repercussies kan hebben voor een relatief zeldzame aandoening als MSA.

 
 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact