Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Eén niveau terug • Volgende pagina

...MSA: Dr. Brunt


Auteur: Dr. E.R.P. Brunt, neuroloog
Datum: april 2000

Neurodegeneratie
MSA behoort bij de neurodegeneratieve ziekten, een grote groep van al of niet erfelijke aandoeningen waartoe uiteenlopende ziekten behoren zoals de SCA's en de ziekte van Parkinson. Het zijn aandoeningen die meestal op (laat) volwassen leeftijd beginnen en waarbij bepaalde gebieden of celgroepen in de hersenen vroegtijdig verouderen en afsterven. De gebieden die hierbij betroffen zijn bepalen voor een groot deel de verschijnselen en kenmerken van deze aandoeningen. Op enkele uitzonderingen na is de oorzaak van deze ziekten onbekend en zijn er nog geen medicijnen of maatregelen die het ziekte proces kunnen vertragen of stoppen. 

Prevalentie
MSA is een relatief zeldzaam ziektebeeld. Het komt denk ik ongeveer even vaak voor als alle autosomaal dominante en autosomaal recessieve vormen van erfelijke ataxie bij elkaar. Volgens mijn -zeer ruwe- schatting lijden in Nederland 1500-2000 mensen aan MSA. MSA komt even vaak voor bij vrouwen als bij mannen. De leeftijd waarop de verschijnselen beginnen is meestal boven 50 jaar. Het is een aandoening die het leven bekort: de levensduur na het begin van de verschijnselen is gemiddeld minder dan 10 jaar. MSA is nooit erfelijk.

MSA, Multi Systeem Atrofie
Multi Systeem Atrofie of MSA betekent letterlijk dat er sprake is van een progressieve degeneratieve aandoening waarbij verschillende 'systemen' betrokken zijn. Het begrip systeem moet hierbij worden opgevat als een deel of delen (celgroepen) van de hersenen met een herkenbare eigenschap, zoals een bepaalde functie of een bepaalde overdrachtstof. Hoewel er eigenlijk bij alle neurodegeneratieve aandoeningen sprake is van het aangedaan zijn van verschillende systemen, wordt het begrip MSA in de praktijk gereserveerd voor niet erfelijke aandoeningen waarbij globaal vier 'systemen' betrokken kunnen zijn. Deze vier systemen en de bijpassende verschijnselen zijn: de diepe hersenkernen met parkinsonisme, de kleine hersenen met ataxie en trillen, het autonome zenuwstelsel met stoornissen van blaas, hartritme en bloeddruk, en de pyramidebaan met spasticiteit.

Verschillende typen
Binnen MSA  worden er twee 'grondtypen' onderscheiden: één waarbij parkinsonisme op de voorgrond staat (MSA-p) en één waarbij ataxie op de voorgrond staat (MSA-c). Naast MSA-p en MSA-c is er nog een derde, zeldzaam type MSA waarbij verschijnselen van gestoorde functie van het autome zenuwstelsel op de voorgrond staan. Dit laatste type wordt ook wel aangeduid met Shy Dräger type, of 'Progressive Autonomic Failure'.

Verschijnselen
Bij MSA kunnen verschillende verschijnselen op de voorgrond staan, maar er is altijd sprake van een combinatie van verschijnselen.

In zeldzame gevallen kunnen 'autonome' verschijnselen geïsoleerd optreden of sterk op de voorgrond staan, zoals bij het reeds genoemde Shy- Dräger syndroom of 'Progressive autonomic failure'. Deze 'autonome' of 'vegetatieve' verschijnselen zijn een wezenlijk kenmerk van alle vormen van MSA en komen in de meeste gevallen voor naast andere verschijnselen zoals parkinsonisme of ataxie.

Het vegetatieve of autonome zenuwstelsel regelt onder andere functies zoals de bloeddruk, het hartritme, de lichaamstemperatuur en het zweten, en de werking van darm en blaas. Van de autonome stoornissen is de voornaamste klacht een te lage bloeddruk (hypotensie) bij met neiging tot flauwvallen opstaan en lopen. Soms is deze orthostatische hypotensie zo sterk, dat de overgang van liggen naar zitten al flauwvallen veroorzaakt. Anders dan de parkinsonachtige en cerebellaire verschijnselen, kunnen de autonome verschijnselen bij MSA patiënten, vaak redelijk goed worden behandeld. Zo kan een te lage bloeddruk o.a. worden behandeld met gebruik van extra zout, door halfzittend te slapen, met (lange) steunkousen, en door gebruik van bloeddruk verhogende medicijnen, en er zijn ook medicijnen waarmee de functie van blaas en darm en het hartritme verbeterd kunnen worden.

Diagnose
Naast een beoordeling van het ontstaan en de ontwikkeling van de klachten en verschijnselen, is met name bij MSA met cerebellaire verschijnselen een zorgvuldige familie anamnese belangrijk. In zeldzame gevallen van SCA, zoals SCA2, SCA6, SCA7 en SCA8 kan er soms sprake zijn van schijnbaar 'sporadische', niet overervende ataxie. Op latere leeftijd beginnende ataxie kan ook soms veroorzaakt worden door een autosomaal recessieve aandoening, zoals laat beginnende ataxie van Friedreich (LOFA). Doorgaans zal er een MRI of CT scan gemaakt worden om een indruk te krijgen over een eventuele beschadiging of schrompeling van de hersenen, en in sommige gevallen kan er dus ook nog een reden zijn voor DNA onderzoek naar een mogelijke erfelijke oorzaak.

Stoornissen van het vegetatieve of autonome zenuwstelsel kunnen goed worden onderzocht, en afwijkingen die hierbij gevonden worden kunnen een belangrijke steun zijn voor de diagnose MSA. Bij een dergelijk 'autonoom functie onderzoek' wordt onder andere gekeken naar de reactie van de bloeddruk tijdens en na opstaan en de verandering van de hartslag frequentie bij opstaan en diep zuchten. Een aparte test die de diagnose MSA kan ondersteunen is het elektrische spier-onderzoek van de sluitspier (sfincter) van de darm. Wanneer bij dit onderzoek aanwijzingen bestaan voor het afsterven van autonome zenuwcellen, wordt de diagnose MSA zeer waarschijnlijk. Andere aparte testen die de diagnose MSA kunnen ondersteunen zijn onderzoeken waarmee de stofwisseling van de hersenen kan worden beoordeeld, zoals PET (Positron Emissie Tomografie) of SPECT (Single Photon Emission Computed Tomography) onderzoek. Bij deze onderzoeken kan de functie van de dopamine receptoren of van de glucose stofwisseling in de hersenen zichtbaar worden gemaakt.

Absolute zekerheid over de diagnose MSA kan tijdens het leven nooit worden verkregen, maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de diagnose ziekte van Parkinson. Zoals al gezegd tonen de verschillende grondtypen van MSA onderling overlap in de klinische verschijnselen en is er vaak sprake van een mengvorm. Voor de uiteindelijke diagnose is microscopisch onderzoek van de hersenen na het overlijden nodig. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gezien of typische MSA kenmerken aanwezig zijn, zoals insluitlichaampjes die zilverkleuring opnemen (argyrofiel) in bepaalde steuncellen in de hersenen (oligodendroglia cellen), en of typische Parkinson verschijnselen zoals 'Lewy bodies' in de cellen van de zwarte kern ontbreken.

Samenvattend
Binnen de grote groep van neurodegeneratieve ziekten heeft het begrip MSA een plaats gekregen als aanduiding van een kleine groep van niet erfelijke aandoeningen die gekenmerkt wordt door een wisselende combinatie van parkinsonisme, cerebellaire en autonome verschijnselen. MSA heeft een eigen pathologisch-anatomisch kenmerk en omvat niet alle vormen van parkinsonisme of cerebellaire degeneratie.

Er is geen aparte patiëntenvereniging voor mensen met MSA. Afhankelijk van meer uitgesproken parkinson of cerebellaire verschijnselen, lijkt me dat de Parkinson Patiënten Vereniging en de ADCA-vereniging de beste aansluiting geven.

 
 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact