Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Vorige pagina • Eén niveau terug • Volgende pagina

...MSA-type c (cerebellair)


Auteur: Dr. E.R.P. Brunt.
Datum: april 2000.

Van niet erfelijke cerebellaire sporadische ataxie zijn in het begin van deze eeuw al verschillende typen beschreven. Zo schreven Déjérine en Thomas in 1900 over een niet-erfelijke vorm van olivo-ponto-cerebellaire atrofie (OPCA), en beschreven Marie, Foix en Alajouanine in 1922 niet-erfelijke cerebello-olivaire atrofie. Zoals de benaming ziekte van 'Pierre Marie' lang in gebruik is geweest voor autosomaal dominante cerebellaire ataxie, is de benaming OPCA lang in gebruik geweest voor niet erfelijke cerebellaire ataxie met een onbekende oorzaak. Door de term OPCA te gebruiken voor een indeling van alle erfelijke en niet erfelijke ataxieën heeft dit begrip een tijdlang een bredere toepassing gehad. Zie ook hierover mijn artikel over de indeling van erfelijke ataxieën: ADCA krant 1999, jaargang 6, nr 4, pag 5-12. Net zoals de eenvoudige ADCA indeling de ingewikkelde en onwerkzame indeling van de erfelijke ataxieën heeft vervangen, is het begrip MSA in de jaren '70 en '80 door Oppenheimer gebruikt om een aantal niet erfelijke neurodegeneratieve aandoeningen met overlappende kenmerken samen te voegen. Terwijl de term OPCA grotendeels gedekt wordt door het begrip MSA, of beter: MSA-c, worden voor niet erfelijke aandoeningen met ataxie maar zonder autonome of parkinsonistische verschijnselen vaak nog aparte aanduidingen gebruikt, zoals ILOCA (Idiopatische Late Onset Cerebellar Atrophy) en LCCA (Late Cerebellar Cortical atrophy). De term OPCA is eigenlijk een pathologisch-anatomische diagnose, zoals MSA dat uiteindelijk ook is. Niet alle gevallen van OPCA blijken MSA-c te zijn. Er kan pas van een waarschijnlijke diagnose MSA-c gesproken worden, als er naast cerebellaire verschijnselen ook verschijnselen van een ander 'systeem' zijn zoals autonome verschijnselen of parkinsonisme.

Zoals bij MSA-p parkinson verschijnselen op de voorgrond staan, staan bij MSA-c dus vooral cerebellaire verschijnselen op de voorgrond en MSA-c lijkt dus meer op ADCA of SCA. MSA-c begint vaak met verschijnselen van onzekere balans bij het maken van een beweging is er stuurloosheid -ataxie-, meestal in combinatie met min of meer uitgesproken trillen (tremor) zoals van de handen of het hoofd. Deze bewegings ('actie') tremor verschilt van de tremor in rust die kenmerkend is voor de echte ziekte van Parkinson. Doorgaans ontstaan ook al snel spraakstoornissen, waarbij de stem onzuiver en zacht wordt, en vroeger of later komen er ook min of meer uitgesproken parkinson verschijnselen, autonome stoornissen en wisselend ook spasticiteit.

Anders dan bij MSA-p ligt bij MSA-c het zwaartepunt van de beschadiging niet in de basale kernen, maar in de kleine hersenen en de hersenstam.

 
 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact