Het cerebellum, oftewel de kleine hersenen. Ga naar de homepage.Het logo van de patiëntenvereniging 'ADCA-Vereniging Nederland'. Ga naar de homepage.Voorlichting, lotgenotencontact en belangenbehartiging over
Cerebellaire atrofie/ataxie

Aangeboden door de patiëntenvereniging ADCA-Vereniging Nederland

Home • Inhoudsopgave • Zoeken • Gastenboek • Disclaimer & Privacy • English

Geef voor onderzoek.

 
Eén niveau terug

EOCA en de nieuwe ataxieën


Auteur: prof. dr. H.P.H. Kremer, neuroloog.
Datum: januari 2005.
Verschenen in de ADCA-krant van januari 2005.

Zoals u allen weet worden ataxieën meestal veroorzaakt door aandoeningen van de kleine hersenen, het cerebellum. Overigens kunnen ook aandoeningen van de gevoelszenuwen en gevoelsbanen in het ruggenmerg een ataxie – coördinatiestoornissen – veroorzaken. Maar eerlijk gezegd komt cerebellaire ataxie veel vaker voor dan ‘gevoelsataxie’.

De indeling van de chronische vormen van atrofie schrompeling – in de kleine hersenen wordt sedert tweede helft van de 19e eeuw bestudeerd door neurologen en deze hebben verschillende manieren getracht om orde in de heterogene groep aandoeningen te brengen. De eerste beschrijving in de medische literatuur, in 1863, door Nicolaus Friedreich werd spoedig gevolgd door andere en men begon te proberen om op grond van de verschijnselen zoals de dokter die bij zijn neurologisch onderzoek kon vinden een classificatieschema te ontwikkelen. Dit lukte echter niet goed. De voorgestelde schema’s en aandoeningen bleken niet goed toepasbaar op de patiënten die zich meldden met een nieuw ontstane vorm van ataxie. Een, zoals dat heet, op de kliniek gebaseerd classificatieschema bleek gewoon onmogelijk. Men wist al wel dat sommige mensen een ataxie hadden die ook bij een of meer andere familieleden voorkwam, maar men realiseerde zich niet het belang van deze waarneming. Het begrip ‘erfelijkheid’ bestond, maar niemand wist hoe dit werkte en hoe je door analyse van overerving er achter kon komen welk mechanisme ten grondslag kon liggen aan een ziekte. De Augusteiner monnik Gregor Mendel publiceerde zijn boek Versuche über Pflanzen-Hybride al in 1865. Maar het zou tot 1900 duren voordat zijn werk herontdekt zou worden, onder andere door de Amsterdamse botanicus Hugo de Vries. Begrippen zoals dominant of recessief waren nog volledig onbekend. Zij drongen pas door tot de medische wetenshap rond de jaren 20 van de 20ste eeuw, en ze werden zelfs pas opgenomen in het medische curriculum kort voor de Tweede Wereldoorlog. 

Een favoriete manier van indelen van ataxieën, die in zwang kwam tussen de Tweede Wereldoorlog en de jaren 70, was die volgens zogenaamde neuropathologische criteria. Bij onderzoek van de hersenen na de dood werd precies vastgesteld welke delen van de hersenen aangedaan waren, en hoe één en ander microscopisch eruit zag. Men meende dat de structurele veranderingen die konden worden waargenomen, een goede afspiegeling zouden bieden van de onderliggende mechanismen die tot schrompeling van de kleine hersenen leiden. Maar het probleem met deze neuropathologische classificatie was, dat er binnen één familie soms wel drie verschillende vormen van “neuropathologisch gedefinieerde” ataxie konden bestaan. Klaarblijkelijk was dit toch ook niet de oplossing. 

Het was de Britse neurologe Anita Harding die voor het eerst, pas in de jaren ’80, voorstelde primair te kijken naar de manier van overerving. Zij introduceerde de term Autosomaal Dominante Cerebellaire Ataxie (ADCA), en onderscheidde die van recessieve vormen van ataxie, waarvan de ziekte van Friedreich de belangrijkste representant was. Alles wat niet heel duidelijk en onomstotelijk erfelijk was noemde zij sporadisch. Hoewel dit een heel simpel schema lijkt, werd hierdoor de adequate genetische analyse van de verschillende vormen van ataxie plots mogelijk. Met name werd er toen pas een snelle en spectaculaire vooruitgang geboekt op het gebied van de dominante ataxieën. Uiteraard had een en ander ook te maken met de mogelijkheden die er beschikbaar kwamen voor moleculaire en statistische genetische analyse. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat momenteel bij de dominante ataxieën ongeveer 25 verschillende genotypen onderscheiden kunnen worden. 

De situatie bij de recessieve ataxieën blijft wat complexer, vooral omdat tot voor kort de genetische analytische mogelijkheden het niet toelieten om in kleine groepen patiënten onderzoek uit te voeren naar die genen die van belang zijn voor recessieve erfelijkheid. Maar ook daarin is verandering gekomen. Momenteel kan door middel van moleculaire analyse in families met slechts twee aangedane individuen, bij wie er sprake lijkt te zijn van (verre) verwantschap van de beide ouders, gekeken worden waar in het DNA een mogelijk gen ligt dat verantwoordelijk is voor de ataxie bij de nakomelingen. Door middel van dit soort technieken zijn er nu ook genen gevonden bij vormen van recessieve ataxie die we tot voor kort slechts onder de naam Early Onset Cerebellar Ataxia (EOCA) samenvoegden. De verwachting is overigens dat er, net als bij de dominante vormen, uiteindelijk tientallen verschillende vormen van recessieve ataxie zullen blijken te bestaan. Namen van vormen die we nu al kennen zijn, naast de ziekte van Friedreich, bijvoorbeeld ARSACS, AOA1, AOA2, IOSCA of AVED. Dit zijn allemaal stuk voor stuk zeldzame vormen van cerebellaire ataxie. Doch in totaal betreft het waarschijnlijk wederom een aanzienlijke groep patiënten. De uitdaging voor de komende jaren is dan ook om nog meer nieuwe recessieve ataxie genen te identificeren, om in het veld van de recessieve ataxieën, zeg maar: EOCA, net zoveel woorden te scheppen als bij de ADCA’s nu reeds het geval is. 

Zal dat dan ook tot nieuwe vormen van behandeling leiden? Dat is uiteraard altijd de onuitgesproken hoop, maar inmiddels weten we dat de realiteit leert dat tussen het identificeren van het gen en het vinden van de behandeling vaak heel lange tijd (tientallen jaren?) verstrijken. Maar de eerste stap moet gezet worden om uiteindelijk het einddoel te bereiken.

 

 

© 1996-2010 ADCA-Vereniging Nederland.

Contact