|
Auteur: Marco, ADCA-Vereniging Nederland.
Datum meest recente wijziging: 18 december 2003.
Bron: Dr. E.R.P. Brunt, neuroloog, september 2003.
Dr. Brunt schrijft het volgende over de behandeling van erfelijke
ataxie:
"Een veelgehoorde opmerking is dat erfelijke ataxie niet te behandelen
is. Het is helaas waar dat er (nog) geen medicijnen of mogelijkheden
zijn om de verslechtering die bij erfelijke ataxie altijd optreedt af te
remmen of stil te zetten. Dat betekent echter allerminst dat iemand met
ataxie niet te behandelen is.
De behandeling is er algemeen op gericht om met een bepaalde
beperking of handicap zo goed mogelijk te kunnen blijven functioneren en
een zo goed mogelijke kwaliteit van leven te behouden. De
revalidatie-arts speelt daarbij doorgaans de centrale rol, met om hem of
haar heen een revalidatieteam bestaande uit een fysiotherapeut,
ergotherapeut, logopedist en psychosociaal werker.
Enerzijds zal de behandeling erop gericht zijn om bijvoorbeeld met
bepaalde oefeningen het functioneren zo goed en zo lang mogelijk te
behouden, anderzijds richt de revalidatiebehandeling zich ook op het
vinden van goede aanpassingen en voorzieningen en de omgang daarmee.
Behalve voor een verslechterde spraak kan een logopedist ook vaak helpen
om slikproblemen te verbeteren. Voor vele aspecten van de
revalidatiebehandeling geldt dat er geen zogenaamde "evidence"
bestaat, en daarom is er ook geen sprake van zogenaamde "evidence
based medicine". Het ontbreken van "evidence" wil niet
zeggen dat de behandeling niet zinvol is, maar het kan de indicatie voor
een bepaalde behandeling wel relativeren. Naast een
revalidatiebehandeling/begeleiding die vooral gericht is op een zo goed
mogelijk functioneren, kunnen niet zelden ook bepaalde verschijnselen om
behandeling vragen, zoals bijvoorbeeld het dubbelzien bij SCA3, of het
optreden van (nachtelijke) spierschokken, spasticiteit en pijn.
Spierschokken reageren meestal goed op lage dosis clonazepam. Voor
spasticiteit worden middelen zoals baclofen en tizanidine gebruikt. Voor
(nachtelijke) pijn kunnen naast eenvoudige antalgetica bepaalde
antidepressiva zoals buspiron of amitryptiline verbetering geven en soms
wordt daarvoor ook medicinale marihuana gebruikt. Ook TENS kan voor
pijnklachten soms goed effectief zijn. Klachten van vermoeidheid
reageren soms goed op amantadine of 4-aminopyridine.
Van het allergrootste belang voor een goede kwaliteit van leven is
een eerste plaats het kunnen accepteren van de situatie die nu een maal
niet veranderd kan worden, en het delen van de zorgen en verdriet in een
goede open relatie met een eventuele partner, familieleden of vrienden.
Zonder acceptatie kunnen andere aspecten van de behandeling nauwelijks
een goede plaats krijgen en blijft het moeilijk om een positieve inhoud
aan het leven te kunnen geven."
|