Auteur: dr. H.P.H. Kremer, neuroloog.
Datum: april 1997.
Bron: Niet wat ons beweegt, maar hoe wij bewegen / Dr. H.P.H.
Kremer, neuroloog / ADCA-Vereniging Nederland: ADCA-krant nummer 12 -
april 1997
Om te kunnen bewegen heb ik niet alleen
meer of minder krachtige spieren nodig,
maar ook een heel apparaat om die
bewegingen te sturen en te regelen.
Ataxie betekent: coördinatiestoornis. Om te kunnen bewegen heb ik niet
alleen meer of minder krachtige spieren nodig, maar ook een heel apparaat
om die bewegingen te sturen en te regelen. Zo moet het centrale
stuurorgaan, de hersenen, informatie krijgen over de stand van de
ledematen in de ruimte, over de contractietoestand van mijn spieren, en al
enig idee hebben over wat voor soort beweging ik ga maken.
Ik
zit nu dit artikel te typen met twee vingers (met meer kan ik het niet;
dit hebben mijn hersenen nooit geleerd!). Mijn armen, handen en vingers
moeten in een bepaald positie gehouden worden, ook als ik van het
toetsenbord naar het scherm kijk of andersom. Terwijl ik de toetsen
aansla, moeten mijn vingers met precies de juiste kracht neerkomen op de
toetsen. Te hard, en ik kan heel snel een nieuw toetsenbord gaan kopen; te
zacht, en er verschijnt geen tekst. Als mijn vingers naar beneden slaan,
doen mijn polsen ook iets mee, maar mijn onderarmen mogen niet omhoog of
omlaag vliegen, en ik voel mijn schouders heel even aan spannen om mijn
armen te fixeren op het moment van druk op de toetsen. Tegelijkertijd
schieten mijn ogen van links naar rechts over het toetsenbord, gevolgd
door mijn vingers, en omhoog en omlaag, zonder dat mijn vingers daarbij
volgen. Mijn hoofd volgt mijn ogen een beetje, maar mijn nekbewegingen
zijn niet in staat mijn romp uit balans te brengen. Ik haal misschien 10
woorden per minuut, maar een getrainde typist (m/v) makkelijk 60.
Hoe is ons zenuwstelsel in staat dit allemaal te laten gebeuren? Een
belangrijke rol in dit geheel, maar zeker niet de enige rol, is weggelegd
voor de kleine hersenen ofwel het cerebellum (latijn voor kleine hersenen,
zie tekening).
Het kenmerk van complexe bewegingen
is dat ze "vanzelf" gaan, zonder dat je
erbij hoeft na te denken.
Toen de befaamde interviewster van het weekblad Vrij Nederland, Bibep,
eens vroeg aan Johan Cruyff hoe hij zulke prachtige bewegingen kon maken
tijdens het voetballen, antwoordde hij dat hij dit niet wist. Het ging
gewoon vanzelf. Sterker nog, als hij nadacht bij die bewegingen lukte het
niet meer.
Zoals altijd had Johan hier weer eens het grootste gelijk van de
wereld. Het kenmerk van complexe bewegingen is dat ze 'vanzelf' gaan,
zonder dat je erbij hoeft na te denken. Sterker nog, als je nadenkt lukt
het niet goed meer. Probeert u eens snel uw schoenveter vast te maken
terwijl u bij elke beweging bedenkt wat u nu aan het doen bent, of wat u
zo dadelijk gaat doen. Rechter hand over linker, aantrekken van de veter.
Het zou u geweldig veel snelheid kosten.
Blijkbaar zijn complexe bewegingen in hoge mate geautomatiseerd. Je zou
een complexe beweging opgebouwd kunnen denken uit simpele bewegingen. Zo'n
opeenvolging van simpele bewegingen zou je een bewegingsprogramma kunnen
noemen. Als de simpele bewegingen soepel in elkaar over lopen is er sprake
van een complexe beweging. En als je er niet meer bij hoeft na te denken
is er sprake van een automatisme. Het bewegingsprogramma is 'in te
programmeren' door de complexe beweging meer of minder vaak te oefenen. In
het begin gaat zo'n beweging, of liever gezegd, zo'n opeenvolging van
simpele bewegingen, langzaam en moeilijk. Maar allengs gaat het
makkelijker en soepeler. Denk aan veters strikken, piano spelen, zwemmen
of biljarten.
Het cerebellum is als het ware de fijnregelaar
van de bewegingen. Als het cerebellum
is aangedaan valt de controle weg.
Het cerebellum bevat niet de bewegingsprogramma's; die liggen
waarschijnlijk opgeslagen in andere delen van de hersenen. Het cerebellum
doet iets veel elementairder. U kunt veters strikken terwijl u uw hoofd
draait, terwijl u voorover gebogen zit; met lange en met korte veters, met
dikke en met dunne. Het bewegingsprogramma staat weliswaar vast, maar de
omstandigheden waaronder het uitgevoerd wordt verschillen van keer op
keer. Waar het cerebellum nu voor zorgt is dat al die individuele,
elementaire bewegingen, die zo'n programma vormen, op het moment dat ze
uitgevoerd worden op exact de juiste wijze plaats vinden. Of Cruyff nu met
de wind mee of tegen de wind in voetbalde, of hij nu wel of geen
schouderduw kreeg, of er nu wel of geen kuilen in het gras zaten, hij was
altijd in staat om de voor dat moment exact vereiste beweging te maken.
Het cerebellum is als het ware de fijnregelaar van de bewegingen. Het
is natuurlijk onmogelijk een programma te 'schrijven' dat de exacte
contractiekracht en -snelheid van de spieren kan definiëren voor iedere
denkbare omstandigheid. Dat hoeft ook niet. Een bewegingsprogramma is een
zeer globale schets van wat er gedaan moet worden, en wat er bereikt moet
worden. Het cerebellum zorgt er voor dat de verstorende invloeden
geneutraliseerd worden, en dat het programma precies zo loopt als het moet
lopen, met het gewenste resultaat. Het fungeert zo'n beetje als de
automatische spellingcontrole (!onbekend woord: veranderen!) van mijn
nieuwe tekstverwerkingsprogramma, maar dan van milliseconde tot
milliseconde.
Als het cerebellum is aangedaan valt die controle weg. Denk aan een
defecte spellingcontrole: "Ikk prber er eits mois van t maake en
ik wet prces wat ik wli zggen maar ht ressutaat is adobimable".
Het programma wordt normaal geactiveerd maar de uitvoering is een ramp. Er
is maar een manier om een goede uitvoering te waarborgen: langzamer
werken. Als ik voorzichtig l-e-t-t-e-r v-o-o-r l-e-t-t-e-r i-n-t-y-p zal
er minder fout gaan. Als de automatische spellingcontrole uitgevallen is,
moet ik zelf nadenken bij ieder woord dat ik typ. Dit gaat wel ten koste
van de snelheid.
Door voorzichtig, langzaam, te bewegen en
na te denken bij iedere beweging, is het
mogelijk bewegingen nog redelijk goed te
maken. Maar het resultaat zal beduidend
minder zijn dan vroeger. Ataxie is het resultaat.
Dit is nu exact de strategie en tegelijkertijd het probleem van iemand met
een stoornis van de kleine hersenen. Zo iemand weet precies wat hij of zij
wil. Het juiste bewegingsprogramma wordt zonder moeite geactiveerd. Als
hij de veters van een schoen zal willen strikken, zal niet het programma
voor de borstcrawl geactiveerd worden. Maar de uitvoering van het
programma stokt, omdat de bewegingen ernstig ontregeld raken, en er geen
onmiddellijke correctie mogelijk is. Door voorzichtig, langzaam, te
bewegen en na te denken bij iedere beweging, is het mogelijk bewegingen
nog redelijk goed te maken. Dat wil zeggen: we proberen de defecte functie
van de kleine hersenen nog enigszins op te vangen met de rest van onze
hersenen. Maar daar deze niet zo'n fijne en snelle correcties kunnen maken
als de kleine hersenen zal het resultaat beduidend minder zijn dan
vroeger. Ataxie is het resultaat.
Lees ook
|