Eigen schuld, dikke bult?

Naar mate de jaren stijgen gaat ons lichaam niet meer zo flitsend als toen we 18 jaar waren. Dat is een gegeven waarmee ieder van ons die ouder wordt moet leren leven. Ook al proberen we het ouder worden te camoufleren door om ons lichaam heen hippe kleding te draperen. Ons haar te verven omdat zwart of blond haar gewoon beter staat. Of met botox onze huid weer strak te krijgen.
Dat blijven natuurlijk allemaal lapmiddelen en eigenlijk weten we wel dat we ouder worden, maar het is zo heerlijk om te doen of je alles nog kan.

Dat ligt natuurlijk anders wanneer je bij het ouder worden een ziekte onder je leden krijgt. Zelf heb ik er in de loop der jaren een aantal mogen beleven. ‘Beleven?’ vraagt u zich misschien af.
Ja gewoon: beleven. Meestal koppelen we dat woord aan iets opwekkends, maar beleven betekent niet meer dan iets meemaken of ondergaan met emoties. Eigenlijk zegt dit al voldoende over ons. Beleven koppelen we liever aan iets moois of opwekkends. Een mindere belevenis stoppen we het liefst weg. Soms lukt ons dat, maar er zijn ook zaken die ons bij de les houden.
Dat zijn bij mij bijvoorbeeld mijn medicijnen, die ik elke dag moet innemen en die mij eraan herinneren dat ik aan iets lijdt. Nu suggereren medicijnen eigenlijk dat het geneesmiddelen zijn, maar het kunnen ook niet meer dan preventie middelen of symptoom dempers zijn die ons leven veraangenamen. Daarom kunnen we er ons leven lang aan vast blijven zitten.
Tot zo ver lijkt er niets mis te gaan en dat ben ik met jullie eens. Ware het niet dat ik deze week door elkaar werd geschud door een appje van mijn zoon. Hij bracht mij goed nieuws, maar jammer genoeg voor hem kwam het bij mij niet alleen binnen als een blijde boodschap.

Hij had een artikel gelezen dat hoop geeft en waarvan hij mij in kennis wilde stellen. De kop luidde: ‘diabetes patiënt kan zonder medicijnen dankzij andere leefstijl’.
Het artikel was gelukkig al wat genuanceerder, want daarin bleek dat vier op de tien mensen met diabetes type 2 van hun medicijnen kunnen afkomen door een andere levensstijl. Door een intensieve begeleiding, geschikte voeding en beweging kunnen zij de pillen en insuline links laten liggen.
Goed nieuws dus. Maar toen ik erover nadacht zag ik in het bericht ook een andere kant en belande bij de vraag: ‘Hoor ik bij die vier of zes van de tien patiënten? Is het dus mijn eigen schuld dat ik nog dagelijks mijn pillen moet slikken en mijn insuline moet spuiten? Of behoor ik tot die zes waarvoor verandering van levensstijl niet werkt? Hoeveel van die zes zijn trouwens te slap om iets aan hun levensstijl te doen? Zijn dat de loosers die niet van het gebak kunnen afblijven? Liggen zij teveel op de bank?
Op dat moment klinkt er een vervelend stemmetje in mijn hoofd dat meldt: ‘Gisteren had je dat extra koekje beter niet kunnen nemen. Je had je bord wel erg vol geschept gisterenavond. Dan kan ook wel wat minder. En dat alles is nog door de vingers te zien, ware het niet dat je die dag ook nog te weinig beweging had omdat je naar het schaatsen zat te kijken in plaats van zelf actief te worden. Je bent dus een van de zes loosers!’
Zo’n stemmetje zou je toch willen laten amputeren.
Waarom praten we over eigen schuld als je ziek bent?
Waarom is mijn vriend terminaal ziek, terwijl kanker binnenkort de wereld uit is?
Waarom lijdt mijn schoonzus in Rotterdam ernstig aan COPD en doet de gemeente niet meer dan een milieuzone instellen en geld vangen voor een milieusticker op vervuilende diesels in de binnenstad?

Waarom . . . . .waarom . . . . en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.
Om eerlijk te zijn:
Ik ben best bereid schuld op mij te nemen waar die bij mij ligt. Daar heb ik dat stemmetje voor weet je. Ik wil best gestimuleerd worden om mijn eigen verantwoordelijkheid te nemen en mijn gezondheid te verbeteren. Ik heb daar immers zelfs last van.
Maar om nou te suggereren dat ziekte simpelweg ‘eigen schuld, dikke bult’ is, gaat mij te ver.

Gerard Kulker
voorzitter