De mens als rekensom
Regelmatig worden we eraan herinnerd hoe duur de zorg al is, nog wordt en richting onbetaalbaar gaat. De toenemende vergrijzing in onze maatschappij werkt dat in de hand, want daardoor maken mensen langer gebruik van de zorg. Daar komt nog bij dat nieuwe technologieën en medicijnen de zorg wel beter maar ook duurder maken.
Dat lijkt op het eerste gezicht allemaal logisch en te begrijpen, maar toch begrijp ik die redenering bij nadere beschouwing niet.
Mensen worden niet alleen ouder, maar blijven ook langer gezond. Dan kost dat toch juist minder, want ze betalen ook langer premie tijdens hun gezonde leven! Wanneer ik mezelf als voorbeeld neem en dan vergelijk met mijn ouders toen die dezelfde leeftijd hadden, is dat uitgangspunt minstens net zo logisch. Dus of ik de zorgverzekering ook echt meer ben gaan kosten in relatie tot mijn alsmaar stijgende eigenrisico en zorgpremie?
Een tweede kwestie die ik niet begrijp is dat wanneer nieuwe technologieën en medicijnen de zorg kwalitatief beter maken dan moet dat toch ook bijdragen aan de gezondheid van mensen. Of is die ontwikkeling slechts een oplopende kostenpost? Als dat zo is, mag ik er dan aan twijfelen of die nieuwe technologieën en medicijnen ons echt gezonder maken?

Nu las ik vandaag in mijn ochtendblad dat de zorgverzekeraars Achmea en CZ, samen goed voor ruim de helft van alle verzekerden, ons nu al waarschuwen dat de zorgpremie voor 2019 meer zal gaan stijgen dan het afgelopen jaar. Zij wijten dat aan hun teruglopende reserves.
Beide verzekeraars sloten 2017 af met een verlies van respectievelijk 140 (CZ) en 175 miljard (Achmea)! Maar maak u niet bezorgd, ze gaan niet failliet. Wel is hun reserve afgenomen van 173 naar 149% (CZ) en bij Achmea van 154 naar 142%. We kunnen op basis hiervan dus berekenen hoe groot hun reserve nu nog is en eerlijk gezegd vind ik die enorm.
Beide verzekeraars streven naar een reserve van 135%. Daar zitten ze nog boven, dus vanwaar die waarschuwing? Waar is die hoge reserve eigenlijk voor nodig? Welke tegenvallers verwachten zij en hoe reëel zijn die?
Uitgaan van zulke enorme tegenvallers vind ik meer dan vreemd.
We leven in een wereld die uitgaat van de maakbaarheid van ons leven. Om dat in stand te kunnen houden, willen we alles zo perfect mogelijk op orde hebben.
Op grond van dat geloof in maakbaarheid, durf ik de stelling te betrekken dat we ons juist minder zorgen hoeven te maken. Of is het eerder zo dat onze hang naar perfectie ons dwingt rekening te houden met allerlei te bedenken rampen, die we voor willen zijn maar die ons pad nimmer zullen kruisen?
Vanuit welke waan leven wij dan? Een ziekelijke vorm van een nog niet te genezen ‘verwachtingsmanagent’?

In het leven van alledag ziet dat er ongeveer zo uit.
Ik slik een aantal medicijnen die helaas schade toebrengen aan mijn maag. Volgens mijn arts kan ik niet zonder die medicijnen, want anders word ik ernstig ziek. Om ernstige maagschade te voorkomen adviseert mijn arts mij een maagbeschermer te slikken.
Als ik na enige tijd bij mijn apotheek kom met een herhaalrecept, geeft hij mij een andere maagbeschermer. Mijn zorgverzekeraar heeft – zonder mij hierover in te lichten – besloten dat de oude maagbeschermer te duur is. Dus krijg ik een goedkopere medicatie. Maar die medicatie geeft problemen. ’s Nachts heb ik opnieuw ernstig last van maagzuur.
Als ik terugga naar mijn apotheek en vraag naar mijn oude recept, vertelt hij me doodleuk dat het huidige medicijn dat ik inneem en door mijn zorgverzekeraar wel wordt betaald uit dezelfde bestanddelen bestaat als het oude. Zij kunnen dus geen probleem met maagzuur veroorzaken.
Ik voel me rot en door mijn apotheek voor leugenaar gezet. Met moeite probeer ik netjes te blijven. Maar wat ik ook beweer, hij blijft erbij dat ik dit middel gewoon een echte kans moet geven. Ten slotte biedt hij aan mij wel het oude medicijn te geven, maar ik moet het dan zelf betalen.
Een aarzeling bekruipt mij. Mijn zorgverzekeraar vindt het toch een te duur medicijn! Kan ik dat dan zelf wel betalen? Mijn moed bij elkaar rapend, vraag ik de apotheker schoorvoetend wat mijn oude medicijn mij per kwartaal gaat kosten en houd me vast aan de toonbank. ‘Zeven euro achtentachtig!’ deelt hij me na wat rekenwerk mee. € 7,88! Ik begin nog net niet te juichen en ga akkoord om mijn medicijn zelf te betalen.
Na de euforie van deze oplossing, dringt de realiteit opnieuw tot me door. € 7,88 is te veel voor de risicoreserve van € 583 miljard van mijn zorgverzekeraar. Waar nog eens bij komt dat ik de volle prijs moet betalen, terwijl het eigenlijk zou moeten zijn dat ik alleen de meerprijs van het medicijn betaal. De reserve van mijn zorgverzekeraar is dus gestegen met een bedrag dat niet eens is te zien in het geheel van de berggeld aan risicoreserve.

Gelukkig zijn er ook andere geluiden zoals die van de zorgeconoom Wim Groot. Hij meent dat de zorgverzekeraars ons nu al waarschuwen, omdat zij lijden aan ‘verwachtingsmanagement’. Of te wel zij proberen ons vast te laten wennen aan wat er op ons afkomt. En dat terwijl zij ziek zijn van ‘verwachtingsmanagement’ met als symptoom dat zij de mens reduceren tot een rekensom.
Ik hoop dat er snel een niet al te duur medicijn wordt gevonden voor hun ziekte en dat hun hart op de juiste plaats zet. Misschien worden ook wij daar dan weer beter van.

 

Gerard Kulker