Code rood

We leven in een tijd van code rood.
Zo is er al geruime tijd sprake van een code rood in Groningen. Zaterdagavond in het journaal zag ik de fakkeloptocht in Groningen. Vastberaden opgewonden rode hoofden met een strak, verbeten mondje en in de hand een brandende fakkel, die fier in de lucht symbolisch licht moet brengen in de duistere Groningse tijden. Indrukwekkend!
‘Genoeg = genoeg’ was de leus die erbij hoorde, waarmee Groningers duidelijk maakten dat er liefst vandaag nog iets aan hun aardbevingsleed gedaan moet worden, dat is ontstaan door de gaswinning in het hoge noorden. Daar is geen twijfel over mogelijk.
Je hart breekt als je de verhalen van de gedupeerde hoort en de schade aan hun huizen ziet. Ze wachten nu al jaren op genoegdoening, maar komen niet verder dan steunen en kreunen. Van kastje NAM naar de muur die overheid heet.
Een schril contrast met het ‘opbeurende’ bezoek van minister Wiebus enkele weken daarvoor aan Groningen. Hij schijnt nog maar net op de bok te zitten, dus wie neemt het hem kwalijk? Oké, hij zat wel in het zelfde kabinet als minister Kamp die er toentertijd overging, maar binnen het kabinet schijnen zij niet ‘on-speaking-terms’ geweest te zijn over heikele kwesties.
Maar dan het goede nieuws dat hij te melden heeft vanuit zijn bezoek aan Groningen, na een gesprek met de burgemeester: ’Zij hadden een constructief gesprek gehad!’ Dat werd letterlijk bevestigd door de burgemeester. Geen van tweeën kon helaas iets naders melden over hoe constructief het gesprek is geweest of welke constructieve afspraken er zijn gemaakt. Dus weg hoop!
Nu enkele weken later wordt bekend dat er één loket voor de Groningers komt waar ze terecht kunnen. Voor wat en volgens welke procedure is nog niet duidelijk. Daar zal waarschijnlijk een commissie voor worden ingesteld.
Jullie raden het natuurlijk al. Dat wordt uiteindelijk één loket met één lange wachtrij van honderden gedupeerden ervoor. Wachtend op hun beurt.
Eén loket is genoeg. Want: genoeg = genoeg!
Pappen en nathouden, noemen we dat in goed Nederlands.

We leven in een tijd van code rood.
Van de week was het raak met een enorme stormkracht, die windsnelheden van 130 tot 140 kilometer per uur had. Het terreinverkeer stond stil. Mensen waaiden over de weg en vrachtwagens werden omvergeblazen. Bomen knapten af als luciferhoutjes en daken waaiden van de huizen, terwijl de dakpannen in een soort van wave op het dak bewogen of het luchtruim kozen alsof het vogels waren.
Kortom een ramp waarbij een Groningse aardbeving van 2.1 in het niet zinkt. De schade bij particulieren alleen al wordt geraamd op 90 miljoen. Hoe snel zal deze schade verholpen worden? En komt er hiervoor ook één loket?
Op het journaal zagen we schade-experts van verzekeringsmaatschappijen en aannemers druk in de weer om maatregelen te treffen, die ervoor zorgen dat de schade niet nog erger zal worden. Iemand klaagde dat hij maar liefst 24 uur heeft moeten wachten op een eerste hulpinzet. Hij zat al die tijd aan huis gekluisterd, terwijl het water naar beneden sijpelde in de potjes en pannetjes, die hij in een lange rij had opgesteld om ergere waterschade te voorkomen. Een dag later rijden de treinen weer. Zijn de afgeknapte bomen opgeruimd en wordt een start gemaakt met het herstel en opruimen van de ravage.
Het kan dus wel beter dan in Groningen. Met meerdere loketten en zonder ingewikkelde protocollen. Misschien is uit deze werkwijze wel lering te treffen voor de afhandeling in Groningen. Of gaat het daar eigenlijk niet over protocollen en loketten, maar eerder over je verantwoordelijkheid nemen en je netjes gedragen.

Hoe het bij mij thuis is?
Thuis hoor en zie ik dit alles gebeuren.
En bij mij neemt de verwarring toe bij elke code rood.
Ik leef mee met de slachtoffers, wil iets voor hen doen en voel me tegelijk machteloos. Eigenlijk weet ik niet goed of en wat ik hieraan kan bijdragen.
Daar komt het gevoel bij dat ik makkelijk praten heb vanuit mijn luie stoel in mijn nog trilvrije woning. De storm van kort geleden heeft mijn huis en de bomen er omheen wel door elkaar geschud, maar gelukkig intact gelaten. Eigenlijk soortgelijk als bij de directie van de NAM?
En zullen ook zij net als ik meeleven en de neiging krijgen toch iets te willen gaan doen?

Gerard Kulker