De bronstijd als rituele dans

Als je naar buiten kijkt, kun je de boodschap van de natuur niet misverstaan.
De bladeren aan de bomen beginnen te kleuren in een schitterende, bonte kleurenpracht van geel, bruin en rood. De bladeren dwarrelen uit de bomen naar beneden en worden door de wind opgejaagd en in de luwte op een hoop geblazen.
Kortom, de herfst dient zich aan. Maar de natuur maakt zich niet alleen op voor de komende winter. Alvorens te mogen wegzinken in een welverdiende winterslaap, begint voor plant en dier eerst de tijd om voor het nageslacht te zorgen.
Als resultaat van de bloei in het voorjaar vallen nu vruchten als eikels en kastanjes uit de boom om niet alleen een wintervoorraad te vormen voor vogels en eekhoorntjes. Een aantal van hen worden het zaad voor nieuw ontluikende boompjes in het voorjaar.
Voor kuddedieren is de bronstijd aangebroken! De mannetjes maken zich op om in een onderlinge strijd met seksegenoten zich het recht toe te eigenen om voor het nageslacht te mogen zorgen.
Herfst betekent dus aan de ene kant dat de natuur zich klaar maakt voor de komende winter. Maar tegelijkertijd wordt de basis gelegd voor nieuw leven in het voorjaar. De bronstijd vormt daarin een tijd voor ritueel dansen, wat bijdraagt aan het vrucht kunnen dragen tot volgend voorjaar. Schitterend om te ervaren hoe de natuur zo voor zichzelf en zijn voortbestaan zorgt.

Het lijkt alsof wij mensen inmiddels zo ver geëvolueerd zijn, dat wij ons aan deze natuurwet hebben onttrokken. De realiteit toont ons een ander beeld waarin ook wij niet ontkomen aan deze levenscyclus. Een cyclus waarin ritueel dansen de kern vormt voor nieuw leven in de toekomst.
Zo zien we hoe de kabinetsformatie zich opmaakt om na zijn aantreden vruchtbaar te kunnen samenwerken. Daarvoor is het nodig het volk/de kudde voor te bereiden en in een bepaalde stemming te brengen. Een stemming die hen ontvankelijk maakt voor de nieuwe tijd die aanbreekt bij hun aantreden. Om dat te kunnen bereiken worden rituele dansen uitgevoerd. Dansen waarin diverse onderwerpen vorm, maar niet altijd inhoud krijgen. Zij passeren de revue alsof ze van levensbelang zijn, maar eigenlijk stellen ze niet veel meer voor dan het zich op de borst kloppen en indruk willen maken. De doelgerichtheid van de rituele dans zoals die bij dieren wel is terug te vinden, is bij de mens zeker niet altijd aanwezig. Want laten we eerlijk zijn, zal het gezamenlijk uit het hoofd zingen van het Wilhelmus ons tot een sterkere natie maken die meer gezag afdwingt als we zo blijven voetballen?
En mogen we echt verwachten dat een bezoek aan de Nachtwacht ons ineens de Nederlandse historie duidelijk maakt? En hoe verhoudt dit zich tot het tegelijkertijd opofferen van bijvoorbeeld Witte de Wit als afgedane volksheld? Of de kritiek op Michiel de Ruyter en het Koningshuis na het zien van de gelijknamige film?
Wie van jullie heeft ooit de tweede kamer bezocht? En wat heeft dat bijgedragen aan jouw menszijn als Nederlander?

Een andere rituele dans werd ingezet tijdens het gestoei rond de eigen bijdrage en de hoogte van de zorgpremie. Naast partij politieke beloften over de zorgpremie in een verkiezingstijd, blijft het hardnekkige beeld bestaan dat de zorg als maar duurder wordt. Alle getroffen bezuinigingsmaatregelen, het verhogen van de eigen bijdrage en de oplopende zorgpremie beïnvloeden of veranderen dat beeld niet. Zonder heldere onderbouwing wordt niet duidelijk of we hier te maken hebben met een vaststaand feit of een ‘heilige koe’ waaraan we moeten blijven offeren.
Stijgende zorgkosten blijven dus een magisch gegeven in een tijd dat we allemaal kunnen constateren dat we langer gezond blijven, minder zorg vergoed krijgen, de kwaliteit van de zorg minder wordt en er in de zorg duizenden niet ingevulde vacatures zijn.

Hoe de rituele zorgdans precies in elkaar steekt werd mij duidelijk toen de directeur van de DSW Chris Oomen de zorgpremie voor 2018 met € 1 per maand verlaagde. Als onderbouwing hiervoor gaf hij aan dat de DSW bereid was uit de eigen reserve € 58 per verzekerde bij te leggen in plaats van de € 36, die de minister van de zorgverzekeraars heeft gevraagd.
Mij werd op dat moment duidelijk dat zorgverzekeraars jaarlijks een bepaalde reserve moeten opbouwen voor denkbeeldige slechte tijden. (Een volksepidemie zoals een ernstige griepuitbraak waarvan een groot deel van de bevolking het slachtoffer wordt en moet worden ingeënt. Of een ernstige terroristische aanval. Of een natuurramp met vele doden enzovoort.) Denkbeeldige risico berekeningen bepalen dus hoe hoog die reserve moet zijn. Daarvan hangt af of de zorgpremie lager kan of juist moet worden verhoogd, met een fluctuerende zorgpremie als gevolg.
Opnieuw werd mij pijnlijk duidelijk dat menselijk ritueel dansen tegenwoordig niet wordt opgebouwd vanuit kunstzinnige vorming of een ethische beweging, maar vanuit kille rekensommen en ‘worst case scenario’. Jammer want een dans kan vanuit een kunstzinnige of ethische insteek zoveel mooier en meer ontspannen worden.