KNIPPEN EN PLAKKEN WORDT EEN BELANGRIJKE WETENSCHAPPELIJKE METHODE. 

Eigenlijk had ik dat gevoel al op de kleuterschool. Of in de onderbouw, zoals dat tegenwoordig heet. Ik zat op mijn kleine stoeltje met mijn tong half uit mijn mond en probeerde krampachtig het plaatje van een kaboutertje uit te knippen. Geen sinecure voor een jochie van net vier jaar.
De schaar deed niet altijd wat ik wilde. Zo draaide hij in het papier geen soepele bochtjes om de lijnen op het papier te volgen en schoot nu en dan net wat verder door dan mijn bedoeling was. Maar mijn inspanning werd uiteindelijk beloond. Ik voelde me trots toen het kaboutertje was uitgeknipt. Oké het plaatje was niet helemaal ongeschonden uit mijn knipwerk tevoorschijn gekomen, maar wat wil je bij zo’n ingewikkeld knipwerk van een kleuter. Dan mag je niet zeuren als je een paar vingers in het plaatje hebt gemist. Of het puntje van de kaboutermuts niet met het plaatje is meegekomen.
Ik moest aan deze inspannende bezigheid denken, toen ik een artikel in de Volkskrant van 3 augustus 2017 las met de titel: ‘knip-en-plaktechniek tegen erfelijke ziekte’.
Het blijkt dat wetenschappers er onlangs voor het eerst in geslaagd zijn om veilig en succesvol menselijke embryo’s te ontdoen van een ernstige erfelijke ziekte. Met behulp van een genetische knip-en-plaktechniek zijn zij erin geslaagd een mutatie te corrigeren die een veelvoorkomende hartafwijking bij mensen kan veroorzaken. 

De wetenschappers hanteerden in hun onderzoek de zogeheten CRISPR-Cas-methode, een vorm van genetische chirurgie die DNA in de cel repareert. Die techniek maakt gebruik van een eiwit dat zo wordt geprogrammeerd dat het naar de plek toegaat waar het DNA een ziekmakende mutatie bevat en het daar doormidden knipt. De cel repareert daarna vaak zelf de breuk waarbij de mutatie wordt gecorrigeerd.
Heel wat eenvoudiger dus dan zoals in mijn geval een kleuter, die met een schaar probeert een plaatje uit te knippen. Had ik in die tijd mijn schaar maar kunnen programmeren in plaats van moeten vertrouwen op mijn nog verder te ontwikkelen motorische vaardigheden.
Je zult begrijpen dat voor mij als voorzitter van de ADCA vereniging dit artikel hoopvol nieuws bracht. Misschien komt zo het genezen van ADCA als erfelijke, genetische ziekte in zicht?!
Het artikel bevatte echter ook wat minder opwekkende boodschappen, die overigens niet alleen de techniek van de methode bevatten als ook de ethisch medische kant van deze methode.
Over de technische kant zal ik hier niet verder uitweiden. Dat laat ik liever aan de deskundige wetenschappers over. Wat ik hier wel wil benoemen is de vrees die bij dergelijk onderzoek naar voren komt, dat de mens voor God kan gaan spelen en dat aanpassingen aan embryo’s in de toekomst mogelijk verder zullen gaan dan alleen het uitbannen van ernstige ziektes.
Nu heeft mijn vader mij al vroeg als kind ingeprent dat angst een slechte raadgever is. En ik kan hem daarin alleen maar gelijk geven. Een paar voorbeelden. 

  • In mijn keuken staat op de aanrecht een groot messenblok met daarin gevaarlijk uitziende messen. Toen ik het daar neerzette, bedacht ik mij dat deze messen ook een welkome mogelijkheid bieden aan een inbreker, die door mij tijdens zijn werkzaamheden in mijn huis betrapt wordt. Toch staat het messenblok gewoon op de aanrecht en wordt dagelijks door mij met plezier bij het koken gebruikt. 
  • In het verkeer gebeuren dagelijks heel wat ongevallen, waarvan een aantal met ernstige, soms zelfs dodelijke afloop. Toch begeef ik me dagelijks in het verkeer om me te verplaatsen naar familie, vrienden of vrijwilligerswerk. 

Inherent aan het leven is dus dat je enerzijds risico’s moet durven nemen. En anderzijds genomen risico’s kan verkleinen. Zo heb ik rijles genomen en de verkeersregels geleerd en heb na de verbouwing een alarm in mijn huis laten installeren. 

De vraag die zich hier in het geval van het genetische knip-en plakwerk aan ons opdringt is dus: hoe hoog is het risico, dat de mens voor God gaat spelen? Deze techniek dus gaat inzetten op andere manieren dan om ziekten te genezen.
Nu leerde mijn vader mij dat God oneindig goed is en het beste met ons voor heeft. Dus wat is dan eigenlijk het risico wanneer iemand voor God gaat spelen?
Voor mij zit het risico eerder in de wetenschapper, die als mens verleid wordt tot het verkeerd inzetten van deze techniek. Als winst bejaag of die als vakidioot grenzen uit het oog verliest. Of zo’n risico beheersbaar of te beperken is, wordt vooral bepaald door de wijze waarop wij ons als onze samenleving gedragen. Gaan we uit van vertrouwen of van wantrouwen? Vormen wij als gemeenschap een hechte eenheid met een hoog moreel besef? Durven we onszelf en elkaar aan te spreken en te stimuleren om onze kwaliteiten voor het nut van de gemeenschap in te zetten? 

Ik weet dat we in een moeilijke tijd leven, waarin veel onvoorspelbare en kwalijke zaken gebeuren. Maar die lossen we niet op door krampachtig alles te willen beheersen. Anders missen we straks een paar vingers in het plaatje of een puntje van de kaboutermuts. 

Gerard Kulker.