Lotgenotenvakantie,

feestelijk weerzien en voorzitter getild.

24 juni was het weer zover. 37 mensen trokken naar Baarlo om daar met elkaar vakantie te houden aan de Suydersee.
Het vakantiehuis ligt midden in de vroegere Zuiderzee, maar die is gelukkig geheel drooggelegd. Een bord bij Eemnes herinnert aan die tijd en geeft aan dat we daar op de zeebodem ruim drie meter onder de zeespiegel staan. Om me heen zie ik de sproeiers op de akkers staan, die het water over de gewassen sproeien alsof zij een poging doen de tijd van weleer te laten herleven.
Of de vroegere Zuiderzee nog steeds water aantrekt, weet ik niet. Wel is het een feit dat dit voor mij de natste ADCA vakantie is, die ik heb meegemaakt. Overigens zijn we niet echt weggeregend, maar hebben voor het eerst sinds jaren de dag winkelen niet kunnen laten doorgaan, omdat het zoals dat heet ‘ouwe wijven’ regende.
Maar oké. Op zaterdag 24 juni 2017 wisten we hier nog niets van en ’s morgens druppelde (is dit hier wel het juiste woord) de deelnemers aan de lotgenoten vakantie binnen.
Het was een gezellig weerzien van oude bekenden en kennismaking met nieuwe ook leuke ADCA mensen. Want per definitie zijn mensen met ADCA – zeker als ze op vakantie zijn – gewoon leuke mensen.
Het eerste deel van de week verplaatsten we ons met personenbusjes en daarna ging een deel met de tractor en de huifkar op pad. Het werd een interessante week met een bezoek aan een stoomgemaal, het tapijten museum, Giethoorn, een orchideëntuin met vlinderkas, de visafslag in Urk en een muziekavond.
Met al die uitstapjes zijn er natuurlijk veel interessante dingen te ontdekken zoals:

  • dat Giethoorn bol staat van de Aziatische bezoekers;
  • dat zelf een bootje varen net zo spannend is als in de botsautootjes op de kermis. Je schiet alle kanten op behalve de goede en lig je eindelijk op koers dan wordt je door een andere onervaren ‘schipper’ getorpedeerd;
  • dat het tapijten museum veel soorten tapijten in huis heeft, behalve een vliegend tapijt;
  • dat het eenvoudiger lijkt dan het is om op de visafslag een tonnetje paling op de voorgenomen prijs te kopen;
  • dat een aantal ADCA leden mooier kunnen zingen dan je verwacht.

De avonden zijn op zo’n vakantie natuurlijk ook altijd gezellig. Er worden wetenswaardigheden uitgewisseld en spelletjes gedaan. Je leert elkaar steeds beter kennen en zo nu en dan wordt er iemand uitgedaagd, zoals in mijn geval.
Joop een rasechte Amsterdammer en branie schopper, vertelde mij dat hij enorm sterk is. Hij liet mij zijn rollende spierbalen zien en vroeg of ik hiervan het bewijs wilde zien. Hoewel ik nattigheid voelde (je weet het ten slotte nooit met die Amsterdammers) ging ik erop in. Tot mijn grote schrik werd het niet alleen een demonstratie van zijn spierkracht, maar daagde hij mij uit te laten zien hoe sterk ik dan wel was?!
Hij vroeg mij om hem eerst op te tillen.
‘Een makkie’, dacht ik. Joop is namelijk niet zo groot en zwaar. Dus wilde ik hem om zijn middel pakken en van de grond tillen.
‘Ho!’ riep Joop. ‘Zo is dat niet de bedoeling. Bovendien kan je dat je rug kosten!’ Het was dus de bedoeling dat ik mijn rechte armen onder zijn oksels hield en hem zo met alle kracht die in mij was van de grond tilde.
‘Zo gezegd zo gedaan!’ dacht ik, maar dat bleek tegen te vallen. Hoe ik ook mijn armen omhoog probeerde te duwen, Joop bleef gewoon staan. Nog geen millimeter wist ik hem van de grond los te krijgen! ‘Valt tegen hé,’ zei Joop. ‘Ik zei het al, je moet daar enorm sterk voor zijn. Zoals ik bijvoorbeeld.’ En terwijl ik mijn armen terugtrok van Joop nam hij de gelegenheid te baat om de andere ADCA leden die toekeken zijn spierballen te laten zien.
Ik besloot me zo zwaar mogelijk te houden en riep de zwaartekracht van de aarde te hulp om zijn uiterste best te doen mij aan de grond vastgenageld te houden.
Joop ging tegenover mij staan, vroeg of ik er klaar voor was en stak zijn rechte armen onder mijn oksels. ‘Let op!’ zei hij en ik zag hoe hij zijn spieren spande om mij van de grond te krijgen.
Voor mij het moment om – zo zwaar als met mijn gewicht mogelijk is – het contact met de aarde vast te houden. Ik kromde zelfs mijn tenen alsof het zo zou lukken om de aarde vast te houden. Tot mijn grootte verwondering schoot ik haast omhoog en kwam zeker twintig centimeter los van de grond. Mij triomfantelijk aankijkend hield Joop mij zo even vast en liet me daarna beheerst terug op de aarde zakken.
Mijn gezicht was een grote verwondering en ongeloof. Hoe kan dat nou?! ‘Ik zei je toch dat ik onnoemelijk sterk ben,’ zegt Joop. ‘Joh ik ken eigenlijk mijn eigen kracht nog steeds niet.’
Je kunt je voorstellen dat zo’n gebeurtenis je niet een-twee-drie loslaat. Het voorval bleef door mijn hoofd spelen. Hoe was dit nu mogelijk?
Later op de avond ging ik naar Joop en zei tegen hem: ‘Joop ik heb toch het gevoel dat je me hebt getild!’ ‘Natuurlijk heb ik je getild,’ klinkt zijn triomfantelijke antwoord. ‘En vast en zeker heel wat centimeters meer van de grond dan jou is gelukt.’
Ik blijf hem vragend aankijken.
Hij kijkt triomfantelijk terug. Dan zie ik een lach om zijn mond komen. ‘Ik zal het je uitleggen anders kun je er vannacht niet van slapen,’ zegt hij.
‘Cor kom eens hier,’ zegt hij. Cor is ook een Amsterdammer, dus dan weet je genoeg, Een ‘brother in crime’ dus.
Opnieuw steekt Joop zijn uitgestrekte armen onder mijn oksels en zegt: ‘Let nu op hoe het gebeurd hé! We doen het maar een keer voor.’ Cor is nu achter mij gaan staan. Buigt iets door zijn knieën en zet zijn handen onder die van Joop. Dan lift hij mij omhoog. Op dat moment wordt het mij duidelijk. Ik ben inderdaad getild. En nog wel door twee branieschoppertjes uit Amsterdam.

Gerard Kulker