Mannen, het blijven kinderen.

Bij mij op zolder staat een groot spoorwegemplacement met net echt lijkende speelgoedtreintjes. Ik heb het landschap helemaal ingericht met huisjes, tunnels, wegen met auto’s, stoplichten, bewaakte overgangen en noem het maar op.In het weekend breng ik uren op mijn zolder door en geniet van de voorbij zoemende treintjes en het schakelen aan allerlei knopjes om ervoor te zorgen dat er niets mis gaat in mijn speelwereld.
Vorige week was ik op verjaardagsvisite bij mijn buren. Mijn buurman werkt mee aan de verkeersveiligheid van Nederland. Hij vertelde mij hoe goed onze snelwegen tegenwoordig beveiligd zijn. Met camera’s, snelheidscontroles, borden met files, verwachte rijtijden en snelheden, openstellen spitsstroken en ga zo maar door. Eigenlijk speelt hij in het echt met wat ik op zolder probeer na te bootsen.
Je kunt je voorstellen dat ik zo’n systeem weleens van dichtbij wil meemaken. Iets mooiers is er niet. En dat kon, zei mijn buurman tot mijn grote vreugde. We spraken af dat ik op zijn werk zou komen kijken in de controlekamer van het Kethelplein bij Vlaardingen.
Met het gevoel van een kleine jongen die naar een snoepwinkel gaat, vertrok ik op een dinsdagochtend naar de controlekamer, waar mijn buurman George me welkom heette. Hij nam me mee naar een grote ruimte met aan de wand allerlei screens waarop we het wegverkeer konden volgen. Daaronder zat een hoeveelheid toetsenborden met knopjes, zo groot als ik in mijn hele leven nog niet bij elkaar had gezien.
‘Kijk’ zie George terwijl hij op een viertal screens wees. ‘Het is momenteel redelijk rustig op de weg. Dat betekent dat alles normaal kan verlopen. Veronderstel nu dat een van de auto’s die je ziet een klapband krijgt.’ George wijst op een rode Corsa, die op de weg rijdt, maar nog van niets weet. ‘Zijn snelheid neemt dan drastisch af. De verkeerslussen in de weg constateren dat er een probleem gaat ontstaan en automatisch gaan de snelheidsborden boven de weg op 70 kilometer. Komt de Corsa daarna tegen de vangrail tot stilstand met een lekke band, dan gaan de borden boven de weg direct regelen dat de linkerbaan vrijkomt vanwege het ongeval.’ Ik ben met stomheid geslagen. Wat een prachtig systeem is dat! Er kan een takelwagen naar de Corsa toe om de wagen weg te slepen. En die kan veilig werken op de afgezette baan. Zo stel ik me dat voor.
‘We kunnen hetzelfde ook allemaal met de hand regelen, maar je begrijpt dat de mens in een dergelijk geval altijd trager reageert dan de techniek.’
Ja, dat kan ik me levendig voorstellen.
‘Nu kan het zijn,’ vervolgt George na een korte stilte. ‘Dat wij zien dat het erg druk op de weg is. De automobilisten rijden te dicht op elkaar met een snelheid van 120 kilometer, wat op dat moment eigenlijk onverantwoord is. Er hoeft maar iets mis te gaan of we hebben een grote file botsing en mogelijk een flinke ravage op de weg.’ ‘Je hebt gelijk, George. Ik rijd wel eens 120 in een file op de A4. We rijden dicht op elkaar en dan denk ik dan weleens: Er moet nu niets mis gaan, anders kom ik ernstig in de problemen. Maar gelukkig rijdt iedereen meestal gewoon door en ben ik even later snel en veilig thuis.’
‘Ja, snel thuis ben je wel, als het goed blijft gaan. Maar veilig is het zeker niet geweest,’ reageert George. ‘Daarom kan het zijn dat wij hier besluiten om het voor jullie automobilisten veiliger te maken.’ Hij kijkt me nu aan met een schoolmeestersblik alsof hij mij zojuist op een ernstige overtreding heeft betrapt. Ik voel me onzeker worden onder die blik, maar ben tegelijkertijd nieuwsgierig naar wat George verder te vertellen heeft. ‘Hoe maken jullie het dan veiliger voor ons?’ vraag ik hem. ‘We brengen langzaam de snelheid op de weg omlaag door de borden boven de weg een snelheid van 100 te laten aangeven. Als iedereen direct reageert door langzamer te rijden, ontstaan er enige rust op de weg en wordt het voor iedereen veiliger.’
George laat nu een stilte vallen, zodat goed tot mij door kan dringen dat hij het is, die er zo voor zorgt dat ik veilig thuis kan komen.
‘Lukt dat niet, omdat iedereen niet goed oplet of te dicht op elkaar blijft rijden, dan verlagen we de snelheid naar 70. En als dat nog niet genoeg is om die automobilisten te kalmeren, dan sluiten we één baan af.’
‘Dus als de snelheid op de snelweg omlaag wordt gebracht, dan hoeft dat niet altijd te betekenen dat er een file of een ongeval is,’ breng ik onder de indruk uit. ‘Het kan ook zijn dat jullie dat doen om het op de snelweg voor ons veiliger te maken.’ ‘Ja, zo gaat dat.
Het afgelopen weekend bijvoorbeeld was het hier bijzonder druk vanwege de Rotterdam marathon. Iedereen had haast om voor de start in Rotterdam te komen. We hebben toen met de hand het verkeer zo geregeld dat er geen ongevallen zijn gebeurd.’ Ineens herinner ik me het verkeersbericht op de radio van het afgelopen weekend weer, toen ik hier bij het Kethelplein in de file stond. In dat verkeersbericht werd aangegeven dat er bij het Kethelplein een file van 11 kilometer was ontstaan vanwege een proef om het verkeer op de A4 veilig door de Ketheltunnel te leiden.
Op de terugweg denk ik na over deze nieuwe verkeerstechniek. Het was indrukwekkend, dat is zeker. Maar tegelijk vraag ik me nu geregeld af of het nu een echte file is waarin ik sta of dat er bewust een file wordt veroorzaakt ten gunste van mijn veiligheid?
Tegenwoordig wanneer de snelheid boven de weg anders wordt aangegeven dan op de verkeersborden, komt die vraag haast dwingend terug. Het laatste dus, denk ik dan als ik onderweg geen ongeluk tegenkom nadat de rijbaan weer is vrij gegeven.
Hebben we nu een toename van files vanwege het drukker wordende verkeer of wordt er wat geregeld voor onze veiligheid nu we op steeds meer plaatsen 130 mogen rijden? Ik weet het niet meer en raak de weg kwijt.

Gerard Kulker
11 april 2017