Toename zorgkosten terecht?

’s Morgens bij het opstaan merk ik het soms direct.
Ik word een dagje ouder.
Nu is ouder worden op zich geen probleem. Het gaat wat mij betreft meer over de gebreken die met ouder worden samenhangen. Vanwege die gebreken ontkom ook ik er niet altijd aan dat de huisarts mij een geneesmiddel voorschrijft. Soms vermeldt de huisarts hierbij dat ik een geneesmiddel wel mijn verdere leven zal moeten blijven ‘slikken’. Oftewel: hoewel de naam ‘geneesmiddel’ suggereert dat hiermee iets wordt genezen, blijkt uit het gegeven dat je het je levenlang moet blijven slikken dat dat juist niet het geval is.
Eerder is het dus een middel dat kennelijk wat tegenhoudt. Erger gaat voorkomen.
Zo bleek ik onlangs last te hebben van een te hoge bloeddruk, waarvan de huisarts het raadzaam vond mij een medicijn voor te schrijven. Een te hoge bloeddruk kan immers allerlei kwalen veroorzaken in de categorie hart- en vaatziekten. Dus beter dit te voorkomen dan de kans te lopen dat er iets ernstigs uit voortkomt. Ik ging dus noodgedwongen akkoord met het voorgeschreven medicijn.
Bij een nieuw medicijn geeft de apotheek tegenwoordig niet alleen een bijsluiter, maar legt je ook mondeling uit wat het betekent als je dit middel gaat gebruiken en welke bijwerkingen het mogelijk kan hebben.
Nu is het bij mij doorgaans zo dat in het geval van een loterij ik wel een kans heb op de hoofdprijs, maar doorgaans niet eens kan rekenen op een troostprijs. Bij medicijnen ligt dat helaas totaal anders. Bijverschijnselen waarvan wordt opgegeven dat die kunnen optreden, treden bij mij vrijwel standaard op. Bij mij is het dus belangrijk om voor mezelf te bepalen of ik een bijverschijnsel wel wil gaan verdragen. Wat dat bijverschijnsel dus doet met mijn kwaliteit van leven.
In het geval van de bloeddrukverlager wordt mij voorgespiegeld dat er tijdelijke bijverschijnselen kunnen optreden zoals duizeligheid bij het opstaan en een wat licht gevoel in mijn hoofd. Een van de bijverschijnselen die blijvend kunnen optreden is een toename van het maagzuur of het last hebben van oprispingen door een verslapping van de maagklep.
Enkele dagen na het innemen van dit medicijn, word ik ’s nachts wakker. Die avond heb ik van een heerlijke maaltijd genoten. Maar nu heb ik ernstig last van toenemend maagzuur. Ik heb die nacht slecht geslapen en ben daarna wat minder gaan eten om verdere slapeloze nachten te voorkomen. Maar gaandeweg krijg ik ook overdag last van maagzuur. Allesbehalve plezierig dus.
Ik ga terug naar mijn huisarts om met hem te praten over het voorschrijven van een ander middel. Met mijn stelligheid weet ik hem te overtuigen en krijg een ander middel voorgeschreven met voor mij acceptabeler bijverschijnselen.
Opgewekt dat mijn huisarts mij klacht serieus heeft genomen, ga ik naar mijn apotheek om het nieuw voorgeschreven middel te halen en de eerder voorgeschreven medicatie in te leveren. Een doosje heb ik voorgebruik open gemaakt. Maar de andere twee doosjes zijn nog niet gebruikt. Alleen mijn naamsticker zit erop, maar daar is zo een ander overheen te plakken voor een volgende patiënt. Als ik de doosjes teruggeef, merk ik naar de apothekersassistente op dat de twee niet gebruikte doosjes als besparing op het zorgbudget aan een andere patiënt kunnen worden gegeven. ‘Nee meneer, dat mogen wij niet doen’, antwoordde de apothekersassistente vriendelijk. ‘Alle drie de doosjes worden vernietigd.’ ‘Hoezo?’ vraag ik haar verwonderd.
‘Iemand kan met de medicatie hebben geknoeid door een verkeerde stof in de capsules te doen.’ beantwoordt zij mijn vraag. Op mijn wangen verschijnt rode blos van ergernis. Ik word hier vals beschuldigd, is mijn conclusie. ‘Wilt u zeggen dat ik met die medicijnen heb geknoeid?’ vraag ik haar, de irritatie in mijn stem onderdrukkend. ‘Nee natuurlijk beschuldig ik u niet’, antwoordt zij mij met haar vriendelijkste glimlach aankijkend.
‘Oh ik dacht even . . .’
‘Nee hoor, ik beschuldig u nergens van,’ onderbreekt zij mij als ik even stilval om adem te halen.
‘Gelukkig, dan hoeft u ze dus niet te vernietigen,’ concludeer ik opgelucht.
‘Nee dat nu ook weer niet. Ze worden wel vernietigd. Niet om wat u kunt hebben gedaan. Maar het is een regel omdat anderen dat wel kunnen hebben gedaan.’ ‘Wilt u nu mijn vrouw beschuldigen van het knoeien met mijn medicijnen?’ reageer ik. Opnieuw voel ik mijn ergernis toenemen. Waarom die achterdocht? Waarom toch?
‘Nee hoor, ik beschuldig ook uw vrouw hier niet van. Dit is gewoon een voorschrift van de overheid waarvan ik niet mag afwijken,’ verzekert ze mij opnieuw vriendelijke aankijkend. ‘Maar dat is toch zonde van dit medicijn en al die andere medicijnen die zo ongebruikt worden weggegooid,’ probeer ik opnieuw. ‘En de zorg is al zo duur.” ‘Ja ik weet het, maar voorschrift is voorschrift. Daar kan ook ik helaas niets tegen doen.’
Ze geeft me mijn nieuwe medicatie en zegt: ‘Van dit nieuwe medicijn moet u de eerste keer medicatie zelf betalen. De herhaalrecepten zijn voor rekening van uw ziektekostenverzekering. Sorry, ‘voegt ze eraan toe mij nu verontschuldigend aankijken. ‘Maar ik heb toch al een eigen risico betaald,’ probeer ik nog.
Maar ik ontkom er niet aan en moet voor deze medicatie € 23,38 betalen, als ik ze wil meenemen voor gebruik. Om de een of andere reden heb ik het gevoel gekregen van een geplukte kip.
Ik betaal een eigen risico dat wettelijk verplicht is. Ik heb betaald voor medicijnen die ongebruikt worden weggegooid. En voor mijn nieuwe medicatie moet ik de eerste keer zelf de kosten betalen.
Rarara hoe kan het dat de zorgkosten als te duur wordt beleefd?!
En wie heeft daar uiteindelijk het recht toe, dat te denken!

Gerard Kulker.